BWBR0049520
Geldig vanaf 2024-04-03
Artikel 1.12
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028
1. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de begroting op hoofdlijnen voor vier jaar, bedoeld in artikel 1.6, en de uitgewerkte begroting voor twee jaar bedoeld in artikel 1.10en artikel 1.11.
2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur inclusief BTW.
3. Een begroting die wordt ingediend, is sluitend.
4. In aanvulling op het tweede en derde lid, omvat de begroting op hoofdlijnen:
a. de hoogte van het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd, opgenomen in bijlagen 3 en 4;
b. een globaal overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
c. een omschrijving van de cofinanciering van ten minste 10% van de totale meerjarenbegroting van het project, bedoeld in artikel 1.4.
5. De begroting op hoofdlijnen moet bij het indienen van de uitgewerkte begroting worden herijkt voor 2025 en 2026 in een uitgewerkte begroting, als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en voor de jaren 2027 en 2028 in een uitgewerkte begroting, als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onder b, tot deze voldoet aan de eisen van de uitgewerkte begroting.
6. In aanvulling op het eerste en tweede lid, omvat de uitgewerkte begroting:
a. de hoogte van het deel van het totale subsidiebedrag wat deze begroting uitwerkt;
b. een onderbouwd overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven voor de betreffende kalenderjaren, bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en artikel 1.11, eerste lid, onder b;
c. per activiteit een overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting worden voorzien;
d. een omschrijving van hoe de middelen verdeeld worden over de betrokken partijen en wat de omvang van de kosten voor de overhead is; en
e. een omschrijving van de cofinanciering van het project bedoeld in artikel 1.4.
2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur inclusief BTW.
3. Een begroting die wordt ingediend, is sluitend.
4. In aanvulling op het tweede en derde lid, omvat de begroting op hoofdlijnen:
a. de hoogte van het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd, opgenomen in bijlagen 3 en 4;
b. een globaal overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
c. een omschrijving van de cofinanciering van ten minste 10% van de totale meerjarenbegroting van het project, bedoeld in artikel 1.4.
5. De begroting op hoofdlijnen moet bij het indienen van de uitgewerkte begroting worden herijkt voor 2025 en 2026 in een uitgewerkte begroting, als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en voor de jaren 2027 en 2028 in een uitgewerkte begroting, als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onder b, tot deze voldoet aan de eisen van de uitgewerkte begroting.
6. In aanvulling op het eerste en tweede lid, omvat de uitgewerkte begroting:
a. de hoogte van het deel van het totale subsidiebedrag wat deze begroting uitwerkt;
b. een onderbouwd overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven voor de betreffende kalenderjaren, bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en artikel 1.11, eerste lid, onder b;
c. per activiteit een overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting worden voorzien;
d. een omschrijving van hoe de middelen verdeeld worden over de betrokken partijen en wat de omvang van de kosten voor de overhead is; en
e. een omschrijving van de cofinanciering van het project bedoeld in artikel 1.4.