BWBR0049520
Geldig vanaf 2024-04-03
Artikel 1.10
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028
1. Aan de subsidieverstrekking zijn de volgende verplichtingen verbonden:
a. de penvoerder zendt op uiterlijk 15 april 2025 een uitwerking van de activiteiten die in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 worden verricht, inclusief een uitgewerkte begroting als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid, en een beschrijving van de wijze waarop de relevante lessen die zijn getrokken uit de evaluatie van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 worden verwerkt in dit plan aan de minister;
b. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag over de gehele subsidieperiode aan de minister.
2. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet voorzien te zijn van een controleverklaring.
3. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van het eindverslag.
a. de penvoerder zendt op uiterlijk 15 april 2025 een uitwerking van de activiteiten die in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 worden verricht, inclusief een uitgewerkte begroting als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid, en een beschrijving van de wijze waarop de relevante lessen die zijn getrokken uit de evaluatie van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 worden verwerkt in dit plan aan de minister;
b. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag over de gehele subsidieperiode aan de minister.
2. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet voorzien te zijn van een controleverklaring.
3. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van het eindverslag.