BWBR0049480
Geldig vanaf 2024-03-21
Artikel 8
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl
1. De subsidie wordt verstrekt voor
a. het continueren en, voor zover relevant, het doorontwikkelen van een praktijkgericht vak van de schoolvestiging die het betreft, als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de theoretische leerweg;
b. het vrij roosteren van leraren voor deelname aan de activiteiten en vervangen van die leraren; en
c. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd in het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak in de vestiging.
2. Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, valt in ieder geval het onderhouden en zo nodig intensiveren van een in het kader van die pilot:
a. opgebouwd netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en
b. opgebouwde samenwerking met het mbo;
3. De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:
a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;
b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;
c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en
d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een regionaal bedrijf of instelling.
a. het continueren en, voor zover relevant, het doorontwikkelen van een praktijkgericht vak van de schoolvestiging die het betreft, als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de theoretische leerweg;
b. het vrij roosteren van leraren voor deelname aan de activiteiten en vervangen van die leraren; en
c. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd in het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak in de vestiging.
2. Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, valt in ieder geval het onderhouden en zo nodig intensiveren van een in het kader van die pilot:
a. opgebouwd netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en
b. opgebouwde samenwerking met het mbo;
3. De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:
a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;
b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;
c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en
d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een regionaal bedrijf of instelling.