BWBR0049480
Geldig vanaf 2024-03-21
Artikel 19a
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl
1. De Minister kent aan het bevoegd gezag van een vestiging voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, waaraan in 2024 subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, voor een praktijkgericht vak in de gemengde leerweg, uiterlijk op 1 februari 2025 een aanvullend subsidiebedrag toe. De Minister vertrekt het aanvullende subsidiebedrag door ambtshalve wijziging van de subsidiebeschikking waarbij de aanvankelijke subsidie werd toegekend.
2. Het aanvullende subsidiebedrag bedraagt € 50.000 per vestiging van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, waarvoor in 2024 subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, voor een praktijkgericht vak in de gemengde leerweg.
3. De Minister bepaalt in de wijziging van de subsidiebeschikking, bedoeld in het eerste lid, het betaalritme van het aanvullende subsidiebedrag.
4. Ten aanzien van het aanvullende subsidiebedrag is het bepaalde in de artikelen 3, eerste lid, 14, 17en 18onverkort van toepassing.
5. Artikel 6ais ten aanzien van dit artikel niet van toepassing.
2. Het aanvullende subsidiebedrag bedraagt € 50.000 per vestiging van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, waarvoor in 2024 subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, voor een praktijkgericht vak in de gemengde leerweg.
3. De Minister bepaalt in de wijziging van de subsidiebeschikking, bedoeld in het eerste lid, het betaalritme van het aanvullende subsidiebedrag.
4. Ten aanzien van het aanvullende subsidiebedrag is het bepaalde in de artikelen 3, eerste lid, 14, 17en 18onverkort van toepassing.
5. Artikel 6ais ten aanzien van dit artikel niet van toepassing.