BWBR0049480
Geldig vanaf 2024-03-21
Artikel 14
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl
1. Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten:
a. het opstarten met en doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg of de theoretische leerweg;
b. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio;
c. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met het mbo ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het praktijkgerichte vak;
d. de vervanging voor het vrij roosteren van onderwijspersoneel, opdat zij scholing kunnen volgen en ontwikkelactiviteiten kunnen uitvoeren in het kader van het praktijkgerichte vak; en
e. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het examenprogramma praktijkgerichte vak en de invoering van dit vak in de vestiging.
2. De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:
a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;
b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;
c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en
d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een bedrijf of instelling.
a. het opstarten met en doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg of de theoretische leerweg;
b. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio;
c. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met het mbo ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het praktijkgerichte vak;
d. de vervanging voor het vrij roosteren van onderwijspersoneel, opdat zij scholing kunnen volgen en ontwikkelactiviteiten kunnen uitvoeren in het kader van het praktijkgerichte vak; en
e. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het examenprogramma praktijkgerichte vak en de invoering van dit vak in de vestiging.
2. De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:
a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;
b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;
c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en
d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een bedrijf of instelling.