BWBR0049346
Geldig vanaf 2024-02-10
Artikel 8
Subsidieregeling verbinding po-vo
1. In het verbindingsplan, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, worden in ieder geval afspraken gemaakt over:
a. de vormgeving en werkzaamheden van een stuurgroep po-vo, die bestaat uit ten minste één afgevaardigde per deelnemende vestiging van de po-, vo- en so-scholen in de coalitie, waarbij deze stuurgroep zich in ieder geval bezighoudt met de uitvoering en het bewaken van de nakoming van de afspraken uit het verbindingsplan;
b. het uitbreiden van activiteiten binnen de scholen in de coalitie die zijn gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid;
c. indien van toepassing, de rol van het samenwerkingsverband bij de uitvoering van de afspraken die in het verbindingsplan zijn opgenomen; en
d. indien van toepassing, de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van externe partijen als bedoeld in artikel 12.
2. Daarnaast wordt in het verbindingsplan de inzet op ten minste drie van de volgende onderwerpen beschreven:
a. afspraken over een systeem waarin de warme overdracht van leerlingen van de po-school naar de vo-school is vastgelegd;
b. de wijze waarop leerlingen van de po-school in de gelegenheid worden gesteld om ervaring op te doen op de vo-school;
c. de uitwisseling van kennis en ervaring tussen docenten van de po-school en docenten van de vo-school;
d. de wijze waarop leerlingen kennis maken en worden voorbereid op de vaardigheden die ze nodig hebben voor het lesaanbod van de vo-school; of
e. een ander initiatief dat aantoonbaar bijdraagt aan de doelstelling, bedoeld in artikel 3 eerste lid.
3. Als onderdeel van de inzet op ten minste drie onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval het volgende uitgevoerd:
a. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a: een jaarlijkse actieve en mondelinge terugkoppeling vanuit de vo-school aan de po-school, over het verloop van de overgang van de leerling, en de mate waarin de overdrachtsinformatie aansluit bij de ervaring van de vo-school;
b. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b: alle leerlingen uit het achtste leerjaar van de deelnemende po-scholen in een coalitie worden ten minste vijf keer per jaar in de gelegenheid gesteld om ervaring op te doen in het vo;
c. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c: de organisatie van minimaal vijf bijeenkomsten per jaar ten behoeve van de uitwisseling van kennis tussen docenten die werkzaam zijn op de scholen binnen de coalitie;
d. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d: het aanbieden van vaardigheden op de po-school die van belang zijn binnen het vo, vooruitlopend op en in afstemming met het aanbod hiervan op de vo-school.
a. de vormgeving en werkzaamheden van een stuurgroep po-vo, die bestaat uit ten minste één afgevaardigde per deelnemende vestiging van de po-, vo- en so-scholen in de coalitie, waarbij deze stuurgroep zich in ieder geval bezighoudt met de uitvoering en het bewaken van de nakoming van de afspraken uit het verbindingsplan;
b. het uitbreiden van activiteiten binnen de scholen in de coalitie die zijn gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid;
c. indien van toepassing, de rol van het samenwerkingsverband bij de uitvoering van de afspraken die in het verbindingsplan zijn opgenomen; en
d. indien van toepassing, de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van externe partijen als bedoeld in artikel 12.
2. Daarnaast wordt in het verbindingsplan de inzet op ten minste drie van de volgende onderwerpen beschreven:
a. afspraken over een systeem waarin de warme overdracht van leerlingen van de po-school naar de vo-school is vastgelegd;
b. de wijze waarop leerlingen van de po-school in de gelegenheid worden gesteld om ervaring op te doen op de vo-school;
c. de uitwisseling van kennis en ervaring tussen docenten van de po-school en docenten van de vo-school;
d. de wijze waarop leerlingen kennis maken en worden voorbereid op de vaardigheden die ze nodig hebben voor het lesaanbod van de vo-school; of
e. een ander initiatief dat aantoonbaar bijdraagt aan de doelstelling, bedoeld in artikel 3 eerste lid.
3. Als onderdeel van de inzet op ten minste drie onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval het volgende uitgevoerd:
a. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a: een jaarlijkse actieve en mondelinge terugkoppeling vanuit de vo-school aan de po-school, over het verloop van de overgang van de leerling, en de mate waarin de overdrachtsinformatie aansluit bij de ervaring van de vo-school;
b. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b: alle leerlingen uit het achtste leerjaar van de deelnemende po-scholen in een coalitie worden ten minste vijf keer per jaar in de gelegenheid gesteld om ervaring op te doen in het vo;
c. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c: de organisatie van minimaal vijf bijeenkomsten per jaar ten behoeve van de uitwisseling van kennis tussen docenten die werkzaam zijn op de scholen binnen de coalitie;
d. indien gekozen wordt voor inzet op het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d: het aanbieden van vaardigheden op de po-school die van belang zijn binnen het vo, vooruitlopend op en in afstemming met het aanbod hiervan op de vo-school.