BWBR0049346
Geldig vanaf 2024-02-10
Artikel 10
Subsidieregeling verbinding po-vo
1. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt voorrang verleend aan de aanvragen voor scholen in Caribisch Nederland.
2. Vervolgens worden de aanvragen gerangschikt op basis van de gemiddelde relatieve achterstandsscore van een coalitie. Daartoe wordt per coalitie eerst afzonderlijk een gemiddelde achterstandsscore voor de po-scholen en voor de vo-scholen vastgesteld. Per sector worden de coalities van hoog naar laag gerangschikt. Scholen voor speciaal basisonderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, blijven hierbij buiten beschouwing. De definitieve rangschikking voor een coalitie wordt vervolgens bepaald door het gemiddelde van de posities op de rangschikkingen per sector te berekenen. De aanvragen worden op basis van de definitieve rangschikking van hoog naar laag toegewezen.
3. Voor de bepaling van de achterstandsscores worden de volgende gegevens gehanteerd:
a. voor de berekening van de relatieve achterstandsscore van po-scholen wordt de achterstandsscore gehanteerd zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, daterend van 1 februari 2023 en gepubliceerd op 16 januari 2024. Met de achterstandsscore zonder drempel en het aantal leerlingen waarmee de achterstandsscore is berekend wordt een relatieve achterstandsscore berekend.
b. voor de berekening van de relatieve achterstandsscore van vo-scholen wordt de achterstandsscore voor vmbo, havo en vwo dan wel de achterstandsscore voor praktijkonderwijs gehanteerd, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, daterend van 1 oktober 2022 en gepubliceerd op 7 maart 2024. Met de achterstandsscore zonder drempel en het aantal leerlingen waarmee de achterstandsscore is berekend wordt een relatieve achterstandsscore berekend.
4. Indien een so-school of een school voor speciaal basisonderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, onderdeel is van de aanvraag, stijgt de positie van een coalitie op de definitieve rangschikking met tien plaatsen.
5. Indien niet genoeg middelen resteren om aanvragen met een gelijke definitieve rangschikking, als bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid, te honoreren, dan wordt er tussen deze aanvragen geloot.
2. Vervolgens worden de aanvragen gerangschikt op basis van de gemiddelde relatieve achterstandsscore van een coalitie. Daartoe wordt per coalitie eerst afzonderlijk een gemiddelde achterstandsscore voor de po-scholen en voor de vo-scholen vastgesteld. Per sector worden de coalities van hoog naar laag gerangschikt. Scholen voor speciaal basisonderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, blijven hierbij buiten beschouwing. De definitieve rangschikking voor een coalitie wordt vervolgens bepaald door het gemiddelde van de posities op de rangschikkingen per sector te berekenen. De aanvragen worden op basis van de definitieve rangschikking van hoog naar laag toegewezen.
3. Voor de bepaling van de achterstandsscores worden de volgende gegevens gehanteerd:
a. voor de berekening van de relatieve achterstandsscore van po-scholen wordt de achterstandsscore gehanteerd zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, daterend van 1 februari 2023 en gepubliceerd op 16 januari 2024. Met de achterstandsscore zonder drempel en het aantal leerlingen waarmee de achterstandsscore is berekend wordt een relatieve achterstandsscore berekend.
b. voor de berekening van de relatieve achterstandsscore van vo-scholen wordt de achterstandsscore voor vmbo, havo en vwo dan wel de achterstandsscore voor praktijkonderwijs gehanteerd, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, daterend van 1 oktober 2022 en gepubliceerd op 7 maart 2024. Met de achterstandsscore zonder drempel en het aantal leerlingen waarmee de achterstandsscore is berekend wordt een relatieve achterstandsscore berekend.
4. Indien een so-school of een school voor speciaal basisonderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, onderdeel is van de aanvraag, stijgt de positie van een coalitie op de definitieve rangschikking met tien plaatsen.
5. Indien niet genoeg middelen resteren om aanvragen met een gelijke definitieve rangschikking, als bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid, te honoreren, dan wordt er tussen deze aanvragen geloot.