BWBR0049346
Geldig vanaf 2024-02-10
Artikel 14
Subsidieregeling verbinding po-vo
1. Subsidie op grond van deze regeling wordt binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode verleend. De minister verstrekt ambtshalve een voorschot van 100%. Het voorschot wordt in drie gelijke delen uitbetaald over de jaren 2024, 2025 en 2026.
2. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, als bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
3. De verantwoording van de subsidie voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES met model G, onderdeel 1.
4. De penvoerder toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Daartoe wordt in ieder geval een beschrijving per schooljaar opgenomen van de vormgeving van de stuurgroep po-vo, de betrokkenheid van ouders en de inzet van externe partijen. Afhankelijk van de keuze die binnen de coalitie is gemaakt, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt ook per schooljaar een beschrijving opgenomen van de inzet om de overdracht van leerlingen te versoepelen, de kennismakingsactiviteiten die voor leerlingen en voor docenten zijn georganiseerd en de inzet om vaardigheden te vergroten. Dit activiteitenverslag wordt uiterlijk op 29 oktober 2027 toegezonden aan DUS-I.
5. De minister kan de penvoerder verzoeken om in het kader van een steekproefsgewijze controle aanvullende informatie te verstrekken.
6. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
7. In afwijking van artikel 9.1, vierde lid onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, stelt de minister de subsidie ambtshalve vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.
2. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, als bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
3. De verantwoording van de subsidie voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES met model G, onderdeel 1.
4. De penvoerder toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Daartoe wordt in ieder geval een beschrijving per schooljaar opgenomen van de vormgeving van de stuurgroep po-vo, de betrokkenheid van ouders en de inzet van externe partijen. Afhankelijk van de keuze die binnen de coalitie is gemaakt, bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt ook per schooljaar een beschrijving opgenomen van de inzet om de overdracht van leerlingen te versoepelen, de kennismakingsactiviteiten die voor leerlingen en voor docenten zijn georganiseerd en de inzet om vaardigheden te vergroten. Dit activiteitenverslag wordt uiterlijk op 29 oktober 2027 toegezonden aan DUS-I.
5. De minister kan de penvoerder verzoeken om in het kader van een steekproefsgewijze controle aanvullende informatie te verstrekken.
6. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
7. In afwijking van artikel 9.1, vierde lid onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, stelt de minister de subsidie ambtshalve vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.