BWBR0049064
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 1.8
Vangnetregeling Omgevingswet
1. In aanvulling op paragraaf 4.3.11 van de wetgeldt dit artikel bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
a. die voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend; en
b. waarop op dat tijdstip nog geen onherroepelijke beslissing is genomen.
2. Op de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid blijft overeenkomstig artikel 4.3 van de wethet oude recht van toepassing, met dien verstande dat:
a. als de activiteit in overeenstemming is met artikel 2.10, eerste lid, onder c, respectievelijk artikel 2.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de omgevingsvergunning toch kan worden geweigerd als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan;
b. als de activiteit in strijd is met artikel 2.10, eerste lid, onder c, respectievelijk artikel 2.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de omgevingsvergunning toch kan worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met het omgevingsplan; en
c. bij het met toepassing van artikel 6.17 van de Wet ruimtelijke ordening aan de omgevingsvergunning verbinden van het voorschrift dat de vergunninghouder een exploitatiebijdrage is verschuldigd, het omgevingsplan in acht wordt genomen, voor zover het gaat om een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die geldt als een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.
a. die voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend; en
b. waarop op dat tijdstip nog geen onherroepelijke beslissing is genomen.
2. Op de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid blijft overeenkomstig artikel 4.3 van de wethet oude recht van toepassing, met dien verstande dat:
a. als de activiteit in overeenstemming is met artikel 2.10, eerste lid, onder c, respectievelijk artikel 2.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de omgevingsvergunning toch kan worden geweigerd als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan;
b. als de activiteit in strijd is met artikel 2.10, eerste lid, onder c, respectievelijk artikel 2.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de omgevingsvergunning toch kan worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met het omgevingsplan; en
c. bij het met toepassing van artikel 6.17 van de Wet ruimtelijke ordening aan de omgevingsvergunning verbinden van het voorschrift dat de vergunninghouder een exploitatiebijdrage is verschuldigd, het omgevingsplan in acht wordt genomen, voor zover het gaat om een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die geldt als een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.