BWBR0048944
Geldig vanaf 2023-11-25
Artikel 9
Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023–2027
1. Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering kan worden ingediend door een gemeente, een provincie, de Vervoerregio Amsterdam of Metropoolregio Rotterdam Den Haag waarmee afspraken zijn gemaakt in het kader van een Bestuurlijk Overleg over de financiering van maatregelen of maatregelpakketten met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
2. Een aanvraag om een specifieke uitkering wordt uiterlijk ingediend:
a. voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarin de afsprakenlijst van het Bestuurlijk Overleg MIRT die betrekking heeft op de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de Tweede Kamer is aangeboden; of
b. voor 1 oktober van het jaar waarin de afsprakenlijst van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving die betrekking heeft op de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de Tweede Kamer is aangeboden.
3. Een aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:
a. een overzicht van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd;
b. een specificatie en raming van de kosten van de activiteiten;
c. een beschrijving van de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2;
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
e. een beschrijving van de wijze waarop niet onder de aangevraagde specifieke uitkering vallende kosten, worden gedekt;
f. een tijdsplanning van de activiteiten.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.
5. In afwijking van het tweede lid wordt een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering die voortvloeit uit afspraken die zijn gemaakt in het kader van het Bestuurlijk Overleg dat heeft plaatsgevonden in 2022 of 2023 uiterlijk twaalf weken na de publicatie van deze regeling in de Staatscourant ingediend.
2. Een aanvraag om een specifieke uitkering wordt uiterlijk ingediend:
a. voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarin de afsprakenlijst van het Bestuurlijk Overleg MIRT die betrekking heeft op de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de Tweede Kamer is aangeboden; of
b. voor 1 oktober van het jaar waarin de afsprakenlijst van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving die betrekking heeft op de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de Tweede Kamer is aangeboden.
3. Een aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:
a. een overzicht van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd;
b. een specificatie en raming van de kosten van de activiteiten;
c. een beschrijving van de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2;
d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
e. een beschrijving van de wijze waarop niet onder de aangevraagde specifieke uitkering vallende kosten, worden gedekt;
f. een tijdsplanning van de activiteiten.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.
5. In afwijking van het tweede lid wordt een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering die voortvloeit uit afspraken die zijn gemaakt in het kader van het Bestuurlijk Overleg dat heeft plaatsgevonden in 2022 of 2023 uiterlijk twaalf weken na de publicatie van deze regeling in de Staatscourant ingediend.