BWBR0048944
Geldig vanaf 2023-11-25
Artikel 11
Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023–2027
1. Op de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering beslist de minister binnen dertien weken na ontvangst.
2. Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. De minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager.
3. Een beschikking tot verlening van een specifieke uitkering vermeldt in ieder geval:
a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend;
b. het bedrag van de specifieke uitkering;
c. het bedrag aan compensabele omzetbelasting dat wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds;
d. de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend.
4. De minister kan in de beschikking bepalen dat het bedrag van de specifieke uitkering bij de vaststelling daarvan of tussentijds wordt geïndexeerd volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals geraamd in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau, voor zover deze indexatie door de Minister van Financiën aan de minister is toegekend.
5. Het bedrag van de specifieke uitkering, genoemd in het derde lid, onderdeel b, wordt niet geïndexeerd, tenzij dat in de beschikking tot verlening is vastgelegd.
2. Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. De minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager.
3. Een beschikking tot verlening van een specifieke uitkering vermeldt in ieder geval:
a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend;
b. het bedrag van de specifieke uitkering;
c. het bedrag aan compensabele omzetbelasting dat wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds;
d. de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend.
4. De minister kan in de beschikking bepalen dat het bedrag van de specifieke uitkering bij de vaststelling daarvan of tussentijds wordt geïndexeerd volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals geraamd in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau, voor zover deze indexatie door de Minister van Financiën aan de minister is toegekend.
5. Het bedrag van de specifieke uitkering, genoemd in het derde lid, onderdeel b, wordt niet geïndexeerd, tenzij dat in de beschikking tot verlening is vastgelegd.