BWBR0048897
Geldig vanaf 2023-11-17
Artikel 8
Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget
1. De minister kan het besluit tot verlening van de specifieke uitkering op aanvraag van de ontvanger wijzigen.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op:
a. een situatie als bedoeld in artikel 6, zesde lid; of
b. een wijziging van een gebiedsmaatregel waarvoor een specifieke uitkering is verleend.
3. In geval van een situatie als bedoeld in artikel 6, zesde lid, kan de minister, mits er sprake is van bijzondere omstandigheden, bij een besluit tot wijziging van de specifieke uitkering bepalen dat wordt afgeweken van de termijnen, genoemd in artikel 6, derde en vierde lid en het percentage, bedoeld in artikel 6, vijfde en achtste lid.
4. Een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan voorzien in het verlenen van een specifieke uitkering voor een gewijzigde gebiedsmaatregel mits:
a. de gewijzigde gebiedsmaatregel dezelfde woningbouwlocatie voorziet; en
b. de gewijzigde gebiedsmaatregel één van de typen maatregelen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, betreft.
5. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan uiterlijk tot de start van de realisatie van de gebiedsmaatregel waarop het oorspronkelijke besluit ziet worden ingediend met een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.
6. Het bedrag van de gewijzigde specifieke uitkering in het gewijzigde besluit is niet hoger dan het bedrag van de oorspronkelijke uitkering.
7. Het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie in het gewijzigde besluit is niet hoger dan het percentage van de oorspronkelijke uitkering.
8. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:
a. een kaart met een geografische afbakening van de woningbouwlocatie;
b. een omschrijving van de te realiseren gebiedsmaatregelen en, indien van toepassing, de daarbij behorende typen maatregelen;
c. een gespecificeerde begroting die een overzicht bevat van: 1°. de kosten van de realisatie van de gebiedsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de gebiedsmaatregelen vanwege het Rijk verleende bijdragen;
3°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie; en
4°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
1°. de kosten van de realisatie van de gebiedsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de gebiedsmaatregelen vanwege het Rijk verleende bijdragen;
3°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie; en
4°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
d. een overzicht van het totaal aantal te realiseren woningen en het aantal te realiseren betaalbare woningen op de woningbouwlocatie;
e. een tijdsplanning van de realisatie van de woningen op de woningbouwlocatie en van de realisatie van de daarbij behorende gebiedsmaatregelen;
f. het bankrekeningnummer waarop de specifieke uitkering dient te worden uitgekeerd; en
g. een bewijs dat de bankrekening, bedoeld in onderdeel f, op naam van de aanvrager staat.
9. De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, over de wijziging van de verleende specifieke uitkering.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op:
a. een situatie als bedoeld in artikel 6, zesde lid; of
b. een wijziging van een gebiedsmaatregel waarvoor een specifieke uitkering is verleend.
3. In geval van een situatie als bedoeld in artikel 6, zesde lid, kan de minister, mits er sprake is van bijzondere omstandigheden, bij een besluit tot wijziging van de specifieke uitkering bepalen dat wordt afgeweken van de termijnen, genoemd in artikel 6, derde en vierde lid en het percentage, bedoeld in artikel 6, vijfde en achtste lid.
4. Een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan voorzien in het verlenen van een specifieke uitkering voor een gewijzigde gebiedsmaatregel mits:
a. de gewijzigde gebiedsmaatregel dezelfde woningbouwlocatie voorziet; en
b. de gewijzigde gebiedsmaatregel één van de typen maatregelen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, betreft.
5. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan uiterlijk tot de start van de realisatie van de gebiedsmaatregel waarop het oorspronkelijke besluit ziet worden ingediend met een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.
6. Het bedrag van de gewijzigde specifieke uitkering in het gewijzigde besluit is niet hoger dan het bedrag van de oorspronkelijke uitkering.
7. Het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie in het gewijzigde besluit is niet hoger dan het percentage van de oorspronkelijke uitkering.
8. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:
a. een kaart met een geografische afbakening van de woningbouwlocatie;
b. een omschrijving van de te realiseren gebiedsmaatregelen en, indien van toepassing, de daarbij behorende typen maatregelen;
c. een gespecificeerde begroting die een overzicht bevat van: 1°. de kosten van de realisatie van de gebiedsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de gebiedsmaatregelen vanwege het Rijk verleende bijdragen;
3°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie; en
4°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
1°. de kosten van de realisatie van de gebiedsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de gebiedsmaatregelen vanwege het Rijk verleende bijdragen;
3°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie; en
4°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
d. een overzicht van het totaal aantal te realiseren woningen en het aantal te realiseren betaalbare woningen op de woningbouwlocatie;
e. een tijdsplanning van de realisatie van de woningen op de woningbouwlocatie en van de realisatie van de daarbij behorende gebiedsmaatregelen;
f. het bankrekeningnummer waarop de specifieke uitkering dient te worden uitgekeerd; en
g. een bewijs dat de bankrekening, bedoeld in onderdeel f, op naam van de aanvrager staat.
9. De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, over de wijziging van de verleende specifieke uitkering.