BWBR0048664
Geldig vanaf 2023-09-30
Artikel 6.6
Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse
1. Indien in een kalenderjaar minder kg volledig hernieuwbare waterstof is geproduceerd dan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, wordt de niet-geproduceerde kg volledig hernieuwbare waterstof toegevoegd aan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in een volgend kalenderjaar, om daarin het productietekort van volledig hernieuwbare waterstof en de gemiste subsidie in te halen.
2. Indien de periode die het exploitatiedeel beslaat, start op een latere datum dan 1 januari, wordt voor het eerste kalenderjaar de niet-geproduceerde kg volledig hernieuwbare waterstof voor een evenredig deel van het eerste kalenderjaar toegevoegd aan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in een volgend kalenderjaar.
3. Indien aannemelijk is dat na afloop van de periode die het exploitatiedeel van de subsidie beslaat minder kg volledig hernieuwbare waterstof zal zijn geproduceerd dan de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, verlengt de Minister, voordat de periode afloopt, op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger de periode met ten hoogste één jaar.
4. De verlenging, bedoeld in het derde lid, eindigt na afloop van de verlenging of, indien dat eerder is, op het moment dat de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof is geproduceerd.
2. Indien de periode die het exploitatiedeel beslaat, start op een latere datum dan 1 januari, wordt voor het eerste kalenderjaar de niet-geproduceerde kg volledig hernieuwbare waterstof voor een evenredig deel van het eerste kalenderjaar toegevoegd aan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in een volgend kalenderjaar.
3. Indien aannemelijk is dat na afloop van de periode die het exploitatiedeel van de subsidie beslaat minder kg volledig hernieuwbare waterstof zal zijn geproduceerd dan de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, verlengt de Minister, voordat de periode afloopt, op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger de periode met ten hoogste één jaar.
4. De verlenging, bedoeld in het derde lid, eindigt na afloop van de verlenging of, indien dat eerder is, op het moment dat de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof is geproduceerd.