BWBR0048664
Geldig vanaf 2023-09-30
Artikel 5.3
Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse
1. Indien sprake is van een waterstofproductie-installatie waarvan het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser groter is dan 0,5 MW en kleiner is dan 30 MW, bedraagt het investeringssubsidiebedrag:
a. ten hoogste 40% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid;
b. indien voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie al een subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling, ten hoogste 40% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, verminderd met de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden.
2. Indien sprake is van een waterstofproductie-installatie waarvan het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser gelijk aan of groter is dan 30 MW en niet groter is dan 50 MW, bedraagt het investeringssubsidiebedrag:
a. ten hoogste 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid;
b. indien voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie al een subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling, ten hoogste het verschil tussen: 1°. 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid; en
2°. de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden.
1°. 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid; en
2°. de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden.
3. Het percentage van 40%, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt verhoogd met:
a. 20 procentpunten indien de subsidieaanvrager een kleine onderneming is;
b. 10 procentpunten indien de subsidieaanvrager een middelgrote onderneming is.
a. ten hoogste 40% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid;
b. indien voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie al een subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling, ten hoogste 40% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, verminderd met de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden.
2. Indien sprake is van een waterstofproductie-installatie waarvan het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser gelijk aan of groter is dan 30 MW en niet groter is dan 50 MW, bedraagt het investeringssubsidiebedrag:
a. ten hoogste 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid;
b. indien voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie al een subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling, ten hoogste het verschil tussen: 1°. 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid; en
2°. de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden.
1°. 40% van het verschil tussen de som van subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie en de kosten van realisatie van een stoommethaanreforminstallatie, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid; en
2°. de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden.
3. Het percentage van 40%, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt verhoogd met:
a. 20 procentpunten indien de subsidieaanvrager een kleine onderneming is;
b. 10 procentpunten indien de subsidieaanvrager een middelgrote onderneming is.