BWBR0048664
Geldig vanaf 2023-09-30
Artikel 2.2
Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse
1. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien:
a. het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser minimaal 0,5 MW en maximaal 50 MW is;
b. de volledig hernieuwbare waterstof wordt geproduceerd door elektrolyse van water tot zuurstof en waterstof;
c. de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan de geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen ten minste 70% is gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat in het geval ook waterstof die niet volledig hernieuwbaar is, wordt geproduceerd; en
d. de waterstofproductie-installatie: 1°. met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie;
2°. met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of
3°. zowel met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie als met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet.
1°. met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie;
2°. met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of
3°. zowel met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie als met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet.
2. Bij het aantonen dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel c, is voor de subsidieontvanger gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185van overeenkomstige toepassing.
a. het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser minimaal 0,5 MW en maximaal 50 MW is;
b. de volledig hernieuwbare waterstof wordt geproduceerd door elektrolyse van water tot zuurstof en waterstof;
c. de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan de geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen ten minste 70% is gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat in het geval ook waterstof die niet volledig hernieuwbaar is, wordt geproduceerd; en
d. de waterstofproductie-installatie: 1°. met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie;
2°. met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of
3°. zowel met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie als met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet.
1°. met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie;
2°. met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of
3°. zowel met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie als met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet.
2. Bij het aantonen dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel c, is voor de subsidieontvanger gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185van overeenkomstige toepassing.