BWBR0048641
Geldig vanaf 26-09-2023
Artikel 7
Bestuursreglement van de Lcsh
1. Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling of schijn van vooringenomenheid van leden van de Commissie bij het uitoefenen van hun publiekrechtelijke bevoegdheden, wordt vermeden.
2. De leden van de Commissie doen gedurende de duur van hun lidmaatschap afstand van hun recht op het afnemen van een examen Sociale Hygiëne.
3. Indien een lid van de Commissie een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Lcsh meldt hij dit onverwijld aan de voorzitter en de overige leden van de Commissie. Hij/zij verschaft daarover gevraagd en ongevraagd alle relevante informatie.
4. Een lid van de Commissie neemt niet deel aan de beraadslaging/vergadering en de besluitvorming indien hij/zij daarbij een tegenstrijdig belang heeft.
5. De leden van de Commissie vervullen geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
6. De Commissie kan een lid voor schorsing of ontslag bij de Minister voordragen als het lid zijn/haar taak naar het oordeel van de Commissie niet naar behoren vervult.
7. De Commissie past het Rijksbrede beleid inzake integriteit toe, zoals dat is vastgelegd in de Gedragscode Integriteit Rijk. Elk lid van de Commissie handelt overeenkomstig de Gedragscode Integriteit Rijk.
8. De Commissie informeert de Minister over eventuele directe contacten van leden met de Eerste en Tweede Kamer.
9. Elk lid van de Commissie is gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak.
10. Elk lid van de Commissie handelt integer en transparant, met inachtneming van de algemene beginselen van goede trouw.
2. De leden van de Commissie doen gedurende de duur van hun lidmaatschap afstand van hun recht op het afnemen van een examen Sociale Hygiëne.
3. Indien een lid van de Commissie een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Lcsh meldt hij dit onverwijld aan de voorzitter en de overige leden van de Commissie. Hij/zij verschaft daarover gevraagd en ongevraagd alle relevante informatie.
4. Een lid van de Commissie neemt niet deel aan de beraadslaging/vergadering en de besluitvorming indien hij/zij daarbij een tegenstrijdig belang heeft.
5. De leden van de Commissie vervullen geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
6. De Commissie kan een lid voor schorsing of ontslag bij de Minister voordragen als het lid zijn/haar taak naar het oordeel van de Commissie niet naar behoren vervult.
7. De Commissie past het Rijksbrede beleid inzake integriteit toe, zoals dat is vastgelegd in de Gedragscode Integriteit Rijk. Elk lid van de Commissie handelt overeenkomstig de Gedragscode Integriteit Rijk.
8. De Commissie informeert de Minister over eventuele directe contacten van leden met de Eerste en Tweede Kamer.
9. Elk lid van de Commissie is gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak.
10. Elk lid van de Commissie handelt integer en transparant, met inachtneming van de algemene beginselen van goede trouw.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048641
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl