1. De Commissie voert de bij of krachtens de wet aan haar opgedragen taken uit. Daartoe behoren krachtens
artikel 11c van de Alcoholwet;
a. Het erkennen van diploma’s op grond van de bijbehorende eindtermen als bewijsstuk;
b. Het inschrijven van personen in het Register sociale hygiëne en het afgeven van de Verklaring kennis en inzicht sociale hygiëne;
c. Het voor eenieder raadpleegbaar maken van het Register sociale hygiëne op basis van achternaam, voorletters en geboortedatum;
d. Het verwerken van persoonsgegevens voor zover dit voor de uitvoering van haar taken noodzakelijk is.
2. Taken die de Commissie uitvoert als onderdeel van het erkennen van diploma’s (
artikel 4.1a van het Alcoholbesluit) zijn:
a. Een diploma wordt door de Landelijke commissie sociale hygiëne erkend als bewijsstuk indien het diploma in ieder geval voldoet aan de vastgestelde eindtermen.
b. Bij de beoordeling van het diploma wordt gekeken naar de kwaliteit van de ingezette examens: i. Voor de examens van het middelbaar en hoger beroepsonderwijs gelden de vigerende kwaliteitseisen. Reguliere examencommissies stellen vast dat het ingezet examen aan de gestelde eisen voldoet.
ii. Voor examens die worden ingezet in het cursorisch onderwijs gelden vergelijkbare vigerende kwaliteitseisen zoals gesteld voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Voor examens die worden ingezet in het cursorisch onderwijs laat de Commissie door certificerende autoriteiten vaststellen dat een in te zetten examen aan vigerende kwaliteitseisen voldoet.
i. Voor de examens van het middelbaar en hoger beroepsonderwijs gelden de vigerende kwaliteitseisen. Reguliere examencommissies stellen vast dat het ingezet examen aan de gestelde eisen voldoet.
ii. Voor examens die worden ingezet in het cursorisch onderwijs gelden vergelijkbare vigerende kwaliteitseisen zoals gesteld voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Voor examens die worden ingezet in het cursorisch onderwijs laat de Commissie door certificerende autoriteiten vaststellen dat een in te zetten examen aan vigerende kwaliteitseisen voldoet.
c. Voor wat betreft cursorisch onderwijs definieert de Commissie welke informatie een diploma moet bevatten.
3. Taken die de Commissie uitvoert (of laat uitvoeren) als onderdeel van het erkennen van buitenlandse diploma’s:
a. Opvragen van benodigde informatie over de opleiding en afgelegde examens;
b. Het beoordelen van ontvangen informatie volgens een daartoe uitgewerkte procedure;
c. Vaststellen of opleiding en examen de eindtermen in voldoende mate afdekken.
4. De website van de Commissie bevat een overzicht van erkende diploma’s.
5. Taken die de Commissie uitvoert (of laat uitvoeren) als onderdeel van de erkenning van beroepskwalificaties conform artikel 19 van Richtlijn 2005/36/EG (in lijn met
art. 11e, lid 1c van de Alcoholwet):
a. Opvragen van benodigde informatie over werkervaring in lijn met gestelde in art. 19 van de Richtlijn;
b. Beoordelen of ontvangen informatie voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in art. 19 van de Richtlijn;
c. Vaststellen of erkenning van beroepskwalificatie kan worden verleend.
6. In aanvulling op bovenstaande voert de Commissie de volgende taken uit:
a. Het uitbrengen van advies aan het ministerie bij het vaststellen van de eindtermen voor een diploma sociale hygiëne;
b. Het uitbrengen van advies over de hoogte van het tarief voor de inschrijving in het Register sociale hygiëne.
7. Vanaf de start van de Commissie wordt het register geactualiseerd. Dat is nodig volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Iedereen die in het huidige register staat, dient de registratie te herbevestigen en eventueel te corrigeren. Deze herbevestiging brengt de volgende aanvullende, tijdelijke taken voor de Commissie met zich mee:
a. Actief communiceren met het veld met de bedoeling om geregistreerden in het LEC-SVH-register te informeren over de noodzaak om de inschrijving in het Lcsh-register te bevestigen;
b. Het uitbrengen van adviezen aan het ministerie over het beëindigen van de periode van de herregistratie.
8. In de uitoefening van haar taken zoekt de Commissie actief inhoudelijke inbreng vanuit en afstemming met het veld, met behoud van de onafhankelijke rol die de Commissie heeft.