BWBR0048601
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 2.2
Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg
1. De verstrekking door het college, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, kan niet eerder plaatsvinden dan nadat het onderzoek waardoor het college tot de gerechtvaardigde overtuiging is gekomen, is voorgelegd aan de toezichthouder die is aangewezen op grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015of, indien deze betrokken was bij het onderzoek, aan een toezichthouder die op grond van een gemeentelijke verordening is belast met het houden van toezicht, en die tot dezelfde gerechtvaardigde overtuiging is gekomen. De toezichthouder doet onverwijld melding van de verstrekking door het college aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
2. De verstrekking door de ziektekostenverzekeraar, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, kan niet eerder plaatsvinden dan nadat het onderzoek, waardoor de ziektekostenverzekeraar tot de gerechtvaardigde overtuiging is gekomen, is voorgelegd aan de Nederlandse Zorgautoriteit en die tot dezelfde gerechtvaardigde overtuiging is gekomen. De Nederlandse Zorgautoriteit doet onverwijld melding van de verstrekking door de ziektekostenverzekeraar aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
3. De gegevens in het onderzoek worden geanonimiseerd voordat ze worden overlegd aan de toezichthouder respectievelijk aan de Nederlandse Zorgautoriteit.
2. De verstrekking door de ziektekostenverzekeraar, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, kan niet eerder plaatsvinden dan nadat het onderzoek, waardoor de ziektekostenverzekeraar tot de gerechtvaardigde overtuiging is gekomen, is voorgelegd aan de Nederlandse Zorgautoriteit en die tot dezelfde gerechtvaardigde overtuiging is gekomen. De Nederlandse Zorgautoriteit doet onverwijld melding van de verstrekking door de ziektekostenverzekeraar aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
3. De gegevens in het onderzoek worden geanonimiseerd voordat ze worden overlegd aan de toezichthouder respectievelijk aan de Nederlandse Zorgautoriteit.