BWBR0035362
Geldig vanaf 2019-05-22
Artikel 6.1
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
1. Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
2. De aan de toezichthoudende ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:16</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:17 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, hebben mede betrekking op dossiers.
3. Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de beroepsbeoefenaar deze verplichting, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, niet inroepen tegenover de toezichthoudende ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken beroepsbeoefenaar, onverminderd artikel 5.2.4.
2. De aan de toezichthoudende ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:16</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:17 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, hebben mede betrekking op dossiers.
3. Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de beroepsbeoefenaar deze verplichting, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, niet inroepen tegenover de toezichthoudende ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken beroepsbeoefenaar, onverminderd artikel 5.2.4.