BWBR0048350
Geldig vanaf 2023-09-26
Artikel 9.3
Regeling Tijdelijke wet Groningen
1. De vergoeding, bedoeld in artikel 22b, zesde lid, van de wetbedraagt:
a. bij een gebouw dat niet gesplitst is in appartementsrechten: € 13.000 per adres; en
b. bij een gebouw dat is gesplitst in appartementsrechten: € 13.000 per adres dat op 6 november 2020 bestond.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgekeerd aan de eigenaar.
3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgekeerd aan de houder van de appartementsrechten van dat adres.
a. bij een gebouw dat niet gesplitst is in appartementsrechten: € 13.000 per adres; en
b. bij een gebouw dat is gesplitst in appartementsrechten: € 13.000 per adres dat op 6 november 2020 bestond.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgekeerd aan de eigenaar.
3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgekeerd aan de houder van de appartementsrechten van dat adres.