BWBR0048350
Geldig vanaf 2023-09-26
Artikel 8a.1
Regeling Tijdelijke wet Groningen
1. De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig advies indien de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van bouwprocessen, blijkens: 1°. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4;
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en
3°. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten;
1°. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4;
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en
3°. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten;
b. op de hoogte is van huidige eisen ten aanzien van vergunningen en relevante regelgeving;
c. versterkingsadviezen kan vertalen in versterkingsmaatregelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het versterkingstraject;
d. rapporten over schade en schadecalculaties kan beoordelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het schadetraject; en
e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
2. De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van persoonlijke financiën, blijkens: 1°. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en
1°. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en
b. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van bouwprocessen, blijkens: 1°. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4;
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en
3°. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten;
1°. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4;
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en
3°. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten;
b. op de hoogte is van huidige eisen ten aanzien van vergunningen en relevante regelgeving;
c. versterkingsadviezen kan vertalen in versterkingsmaatregelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het versterkingstraject;
d. rapporten over schade en schadecalculaties kan beoordelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het schadetraject; en
e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
2. De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van persoonlijke financiën, blijkens: 1°. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en
1°. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en
b. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.