BWBR0048340
Geldig vanaf 2023-09-15
Artikel 2
Regeling kansrijke wijk
1. De minister kan voor de jaren 2023, 2024, 2025 aan een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, een specifieke uitkering verstrekken voor:
a. de organisatie van een uitvoeringsprogramma in het stedelijk focusgebied of de stedelijke focusgebieden;
b. de bekostiging van integrale activiteiten als bedoeld in artikel 4;
c. de bekostiging van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
2. De organisatie van een uitvoeringsprogramma, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaat uit het:
a. inrichten en in stand houden van een programmaorganisatie;
b. instellen en in stand houden van een alliantieoverleg;
c. uitwerken van een uitvoeringsprogramma en het bewaken van de voortgang van de uitvoering daarvan.
3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c, vallen onder de volgende zes hoofdthema’s:
a. preventie van armoede en schulden;
b. veerkracht en weerbaarheid;
c. re-integratie;
d. school en omgeving;
e. ontwikkeling van het jonge kind;
f. gezonde leefomgeving.
4. Er wordt geen uitkering verstrekt aan een ontvangende gemeente voor activiteiten waarvoor zij reeds een vergoeding van overheidswege ontvangt.
5. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
6. Onverminderd het vierde en vijfde lid, worden aan de bekostiging van de activiteiten binnen de hoofdthema’s, bedoeld in het derde lid, de in de artikelen 5, 6, 7, 8, 9en 9agenoemde voorwaarden gesteld.
a. de organisatie van een uitvoeringsprogramma in het stedelijk focusgebied of de stedelijke focusgebieden;
b. de bekostiging van integrale activiteiten als bedoeld in artikel 4;
c. de bekostiging van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
2. De organisatie van een uitvoeringsprogramma, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaat uit het:
a. inrichten en in stand houden van een programmaorganisatie;
b. instellen en in stand houden van een alliantieoverleg;
c. uitwerken van een uitvoeringsprogramma en het bewaken van de voortgang van de uitvoering daarvan.
3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c, vallen onder de volgende zes hoofdthema’s:
a. preventie van armoede en schulden;
b. veerkracht en weerbaarheid;
c. re-integratie;
d. school en omgeving;
e. ontwikkeling van het jonge kind;
f. gezonde leefomgeving.
4. Er wordt geen uitkering verstrekt aan een ontvangende gemeente voor activiteiten waarvoor zij reeds een vergoeding van overheidswege ontvangt.
5. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
6. Onverminderd het vierde en vijfde lid, worden aan de bekostiging van de activiteiten binnen de hoofdthema’s, bedoeld in het derde lid, de in de artikelen 5, 6, 7, 8, 9en 9agenoemde voorwaarden gesteld.