BWBR0048340
Geldig vanaf 2023-09-15
Artikel 10
Regeling kansrijke wijk
1. Een aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 2kan worden ingediend in de periode van 1 augustus tot en met 30 september 2023.
2. De uitkering wordt aangevraagd met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier.
3. Een wijziging van de uitkering, bedoeld in artikel 13, eerste lid, kan worden aangevraagd van 1 maart tot en met 30 april 2024, van 1 september tot en met 31 oktober 2024 en van 1 maart tot en met 30 april 2025. De aanvraag tot wijziging wordt ingediend door middel van het in het tweede lid bedoelde formulier.
4. Een aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het derde lid, die ziet op aanpassing van de activiteiten in het stedelijk focusgebied en het daarvoor benodigde budget, wordt uitsluitend ingediend indien:
a. ten minste 25 procent van het budget voor een hoofdthema of voor de integrale activiteiten, bedoeld in artikel 4, gewijzigd wordt; of
b. de wijzing ziet op een nieuwe activiteit die niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven.
5. In afwijking van het eerste lid wordt voor een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel f, geen aanvraag ingediend.
6. Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag doen voor een uitkering voor de jaren 2024 en 2025 die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari tot en met 29 februari 2024.
2. De uitkering wordt aangevraagd met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier.
3. Een wijziging van de uitkering, bedoeld in artikel 13, eerste lid, kan worden aangevraagd van 1 maart tot en met 30 april 2024, van 1 september tot en met 31 oktober 2024 en van 1 maart tot en met 30 april 2025. De aanvraag tot wijziging wordt ingediend door middel van het in het tweede lid bedoelde formulier.
4. Een aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het derde lid, die ziet op aanpassing van de activiteiten in het stedelijk focusgebied en het daarvoor benodigde budget, wordt uitsluitend ingediend indien:
a. ten minste 25 procent van het budget voor een hoofdthema of voor de integrale activiteiten, bedoeld in artikel 4, gewijzigd wordt; of
b. de wijzing ziet op een nieuwe activiteit die niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven.
5. In afwijking van het eerste lid wordt voor een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel f, geen aanvraag ingediend.
6. Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag doen voor een uitkering voor de jaren 2024 en 2025 die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari tot en met 29 februari 2024.