BWBR0048331
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 2.6
Tijdelijke regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
De coördinerende GGD draagt ten behoeve van diens regio zorg voor dat in het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:
a. zowel soa-zorg als seksualiteitshulpverlening in diens regio wordt aangeboden;
b. sprake is van inspanningen om personen te bereiken die ondervertegenwoordigd zijn in de aanvullende seksuele gezondheidszorg
c. bij soa-zorg, sprake is van een optimaal vindpercentage soa;
d. van personen, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, geen betalingen worden verlangd;
e. de aanvullende seksuele gezondheidszorg wordt uitgevoerd in samenwerking met andere GGD’en binnen de regio;
f. de aanvullende seksuele gezondheidszorg van verantwoorde kwaliteit conform het vigerende kwaliteitsprofiel is;
g. uiterlijk twee maanden na afloop van ieder kwartaal gegevens worden verstrekt aan het RIVM over het aantal consulten, het aantal aanvragen voor soa-diagnostiek en het aantal gevonden soa, alsmede gegevens ten behoeve van onderzoek naar het voorkomen van soa;
h. de registratie, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid onder f, en derde lid, onder e, op een door de minister vastgestelde wijze wordt verstrekt aan het RIVM.
a. zowel soa-zorg als seksualiteitshulpverlening in diens regio wordt aangeboden;
b. sprake is van inspanningen om personen te bereiken die ondervertegenwoordigd zijn in de aanvullende seksuele gezondheidszorg
c. bij soa-zorg, sprake is van een optimaal vindpercentage soa;
d. van personen, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, geen betalingen worden verlangd;
e. de aanvullende seksuele gezondheidszorg wordt uitgevoerd in samenwerking met andere GGD’en binnen de regio;
f. de aanvullende seksuele gezondheidszorg van verantwoorde kwaliteit conform het vigerende kwaliteitsprofiel is;
g. uiterlijk twee maanden na afloop van ieder kwartaal gegevens worden verstrekt aan het RIVM over het aantal consulten, het aantal aanvragen voor soa-diagnostiek en het aantal gevonden soa, alsmede gegevens ten behoeve van onderzoek naar het voorkomen van soa;
h. de registratie, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid onder f, en derde lid, onder e, op een door de minister vastgestelde wijze wordt verstrekt aan het RIVM.