BWBR0048331
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 2.3
Tijdelijke regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
1. Een uitkering als bedoeld in artikel 2.1wordt op aanvraag verstrekt.
2. De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in diens regio over de aanvraag.
3. De aanvraag tot verlening van een uitkering kan jaarlijks tot uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft door de coördinerende GGD worden ingediend.
4. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het derde lid.
5. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
6. In aanvulling op het vijfde lid, gaat de aanvraag vergezeld van een document waarin de coördinerende GGD de uitkomsten van de consultatie, bedoeld in het tweede lid, beschrijft.
2. De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in diens regio over de aanvraag.
3. De aanvraag tot verlening van een uitkering kan jaarlijks tot uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft door de coördinerende GGD worden ingediend.
4. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het derde lid.
5. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
6. In aanvulling op het vijfde lid, gaat de aanvraag vergezeld van een document waarin de coördinerende GGD de uitkomsten van de consultatie, bedoeld in het tweede lid, beschrijft.