BWBR0048331
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 2.1
Tijdelijke regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
1. De minister kan per kalenderjaar op aanvraag een uitkering verstrekken aan een coördinerende GGD voor activiteiten in het kader van aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie in de regio waarbinnen de coördinerende GGD werkzaam is.
2. Activiteiten in het kader van seksualiteitshulpverlening, zijn:
a. het signaleren van hulpvragen;
b. het verrichten van eenvoudige psychosociale en somatische diagnostiek;
c. het geven van informatie en advies;
d. het voorschrijven van en behandelen met geneesmiddelen;
e. het verwijzen ter behandeling van complexe hulpvragen; en
f. het registreren van gegevens ten behoeve van beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie en seksualiteitshulpverlening.
3. Activiteiten in het kader van soa-zorg, met betrekking tot de daarbij genoemde soa, zijn:
a. indicatiestelling, anamnese, lichamelijk onderzoek, counseling, voorlichting en afname van lichaamsmateriaal voor soa-diagnostiek;
b. het uitvoeren of laten uitvoeren van soa-diagnostiek;
c. de behandeling van en op indicatie verwijzing ter behandeling van chlamydia, gonorroe, syfilis of trichomonas;
d. de verwijzing ter behandeling van hiv, hepatitis C of hepatitis B; en
e. het registeren van gegevens over de zorg, bedoeld onder a tot en met d, ten behoeve van onderzoek naar de aanwezigheid van soa en beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie.
4. Coördinatie is het ten behoeve van de regio van de desbetreffende coördinerende GGD op planmatige wijze inrichten van het aanbod van aanvullende seksuele gezondheidszorg en waarborgen dat de aanvullende seksuele gezondheidszorg voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen volgend uit deze regeling.
2. Activiteiten in het kader van seksualiteitshulpverlening, zijn:
a. het signaleren van hulpvragen;
b. het verrichten van eenvoudige psychosociale en somatische diagnostiek;
c. het geven van informatie en advies;
d. het voorschrijven van en behandelen met geneesmiddelen;
e. het verwijzen ter behandeling van complexe hulpvragen; en
f. het registreren van gegevens ten behoeve van beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie en seksualiteitshulpverlening.
3. Activiteiten in het kader van soa-zorg, met betrekking tot de daarbij genoemde soa, zijn:
a. indicatiestelling, anamnese, lichamelijk onderzoek, counseling, voorlichting en afname van lichaamsmateriaal voor soa-diagnostiek;
b. het uitvoeren of laten uitvoeren van soa-diagnostiek;
c. de behandeling van en op indicatie verwijzing ter behandeling van chlamydia, gonorroe, syfilis of trichomonas;
d. de verwijzing ter behandeling van hiv, hepatitis C of hepatitis B; en
e. het registeren van gegevens over de zorg, bedoeld onder a tot en met d, ten behoeve van onderzoek naar de aanwezigheid van soa en beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie.
4. Coördinatie is het ten behoeve van de regio van de desbetreffende coördinerende GGD op planmatige wijze inrichten van het aanbod van aanvullende seksuele gezondheidszorg en waarborgen dat de aanvullende seksuele gezondheidszorg voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen volgend uit deze regeling.