BWBR0048295
Geldig vanaf 2023-06-20
Artikel 5
Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom
1. Voor subsidieverstrekking is:
a. in het kalenderjaar 2023 een bedrag van € 49,14 miljoen beschikbaar;
b. in het kalenderjaar 2024 een bedrag van € 32,76 miljoen beschikbaar; en
c. in het kalenderjaar 2025 een bedrag van € 39,06 miljoen beschikbaar.
2. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor 2023 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor één aansluitende opleidingsroute te kunnen toewijzen, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
3. Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, verdeelt de minister het resterende beschikbare bedrag over een eventuele tweede aansluitende opleidingsroute, voor zover een aanvrager daarvoor subsidie heeft aangevraagd, eveneens op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
4. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor de kalenderjaren 2024 en 2025 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, verleent de minister voorrang aan aanvragen van penvoerders aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.
5. Indien na toepassing van het vierde lid nog middelen resteren, wordt het tweede lid, totdat het subsidieplafond is bereikt, telkens overeenkomstig toegepast voor penvoerders waaraan steeds eenmaal vaker eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.
6. De subsidie bedraagt € 1.260.000,– per aansluitende opleidingsroute.
7. Een penvoerder kan in het kalenderjaar 2023 subsidie aanvragen voor maximaal twee aansluitende opleidingsroutes. Een penvoerder kan in de kalenderjaren 2024 en 2025 per aanvraagtijdvak subsidie aanvragen voor maximaal één aansluitende opleidingsroute.
8. Het zevende lid staat er niet aan in de weg dat een mbo-instelling aan wie als penvoerder in een aanvraagtijdvak subsidie is verstrekt, in het kader van een andere aanvraag in datzelfde tijdvak deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een andere penvoerder, mits die andere penvoerder een andere aansluitende opleidingsroute verzorgt.
a. in het kalenderjaar 2023 een bedrag van € 49,14 miljoen beschikbaar;
b. in het kalenderjaar 2024 een bedrag van € 32,76 miljoen beschikbaar; en
c. in het kalenderjaar 2025 een bedrag van € 39,06 miljoen beschikbaar.
2. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor 2023 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor één aansluitende opleidingsroute te kunnen toewijzen, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
3. Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, verdeelt de minister het resterende beschikbare bedrag over een eventuele tweede aansluitende opleidingsroute, voor zover een aanvrager daarvoor subsidie heeft aangevraagd, eveneens op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
4. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor de kalenderjaren 2024 en 2025 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, verleent de minister voorrang aan aanvragen van penvoerders aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.
5. Indien na toepassing van het vierde lid nog middelen resteren, wordt het tweede lid, totdat het subsidieplafond is bereikt, telkens overeenkomstig toegepast voor penvoerders waaraan steeds eenmaal vaker eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.
6. De subsidie bedraagt € 1.260.000,– per aansluitende opleidingsroute.
7. Een penvoerder kan in het kalenderjaar 2023 subsidie aanvragen voor maximaal twee aansluitende opleidingsroutes. Een penvoerder kan in de kalenderjaren 2024 en 2025 per aanvraagtijdvak subsidie aanvragen voor maximaal één aansluitende opleidingsroute.
8. Het zevende lid staat er niet aan in de weg dat een mbo-instelling aan wie als penvoerder in een aanvraagtijdvak subsidie is verstrekt, in het kader van een andere aanvraag in datzelfde tijdvak deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een andere penvoerder, mits die andere penvoerder een andere aansluitende opleidingsroute verzorgt.