BWBR0048200
Geldig vanaf 2023-06-01
Artikel 8
Subsidieregeling topsportwedstrijden en topsportevenementen inkomstenderving kaartverkoop COVID-19
1. Een organisator die een subsidie van minder dan € 25.000 ontvangt, en een de-minimisverklaring ingevolge artikel 5, vijfde lid, onder a, heeft overgelegd:
a. toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen;
b. indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag;
c. de minister neemt uiterlijk op 1 april 2024 ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.
2. Een organisator die een subsidie van minder dan € 25.000 ontvangt, en heeft bevestigd dat geen sprake is van overcompensatie ingevolge artikel 5, vijfde lid, onder b:
a. dient uiterlijk 1 april 2024 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in;
b. van de termijn, bedoeld onder a, kan de minister ontheffing verlenen;
c. voor de aanvraag tot vaststelling wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt;
d. indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag;
de minister besluit binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van een aanvraag tot vaststelling, bedoeld onder a, op de aanvraag tot vaststelling.
a. toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen;
b. indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag;
c. de minister neemt uiterlijk op 1 april 2024 ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.
2. Een organisator die een subsidie van minder dan € 25.000 ontvangt, en heeft bevestigd dat geen sprake is van overcompensatie ingevolge artikel 5, vijfde lid, onder b:
a. dient uiterlijk 1 april 2024 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in;
b. van de termijn, bedoeld onder a, kan de minister ontheffing verlenen;
c. voor de aanvraag tot vaststelling wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt;
d. indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag;
de minister besluit binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van een aanvraag tot vaststelling, bedoeld onder a, op de aanvraag tot vaststelling.