BWBR0048200
Geldig vanaf 2023-06-01
Artikel 7
Subsidieregeling topsportwedstrijden en topsportevenementen inkomstenderving kaartverkoop COVID-19
1. Voor de gerealiseerde inkomsten uit de verkoop van tickets en seizoenkaarten voor de topsportwedstrijden en topsportevenementen, bedoeld in artikel 3, geldt een restitutieverplichting aan toeschouwers, die geen gebruik hebben kunnen maken van het ticket of de seizoenkaart als gevolg van het publieksverbod evenementen.
2. De organisator draagt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 1 december 2023, zorg voor de restitutie, bedoeld in het eerste lid, die gelijk staat aan de aankoopprijs van het ticket of, in het geval van een seizoenkaart, een evenredige compensatie voor het aantal gemiste topsportwedstrijden.
3. De organisator die een subsidie van meer dan € 25.000 ontvangt, zorgt ervoor dat een ordentelijke administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.
4. De administratie, bedoeld in het derde lid, en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na vaststelling bewaard.
5. De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. De organisator draagt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 1 december 2023, zorg voor de restitutie, bedoeld in het eerste lid, die gelijk staat aan de aankoopprijs van het ticket of, in het geval van een seizoenkaart, een evenredige compensatie voor het aantal gemiste topsportwedstrijden.
3. De organisator die een subsidie van meer dan € 25.000 ontvangt, zorgt ervoor dat een ordentelijke administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.
4. De administratie, bedoeld in het derde lid, en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na vaststelling bewaard.
5. De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.