BWBR0048200
Geldig vanaf 2023-06-01
Artikel 11
Subsidieregeling topsportwedstrijden en topsportevenementen inkomstenderving kaartverkoop COVID-19
1. Een organisator die bij de aanvraag voor de verlening van de subsidie geen de-minimisverklaring heeft overgelegd ingevolge artikel 5, vijfde lid, onder a, maakt bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan de hand van een overzicht inzichtelijk dat geen sprake is van overcompensatie.
2. Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, bevat:
a. ten aanzien van de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is verleend, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten, al dan niet berekend door de toewijsbare jaarlijkse gerealiseerde inkomsten en kosten pro-rata toe te delen.
b. ten aanzien van de referentie: 1°. de aan de referentie toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten; of
2°. indien redelijkerwijs kan worden aangetoond dat er geen representatieve referentie voor de topsportwedstrijd of het topsportevenement bestaat, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd toewijsbare begrote inkomsten en kosten.
1°. de aan de referentie toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten; of
2°. indien redelijkerwijs kan worden aangetoond dat er geen representatieve referentie voor de topsportwedstrijd of het topsportevenement bestaat, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd toewijsbare begrote inkomsten en kosten.
3. De aan de topsportwedstrijd, het topsportevenement of de referentie toewijsbare begrote of gerealiseerde inkomsten en kosten, bedoeld in het tweede lid, bestaan uit:
a. Inkomsten uit kaartverkoop;
b. Inkomsten uit catering;
c. Inkomsten uit sponsoring;
d. Inkomsten uit merchandise;
e. Bijdragen en ontvangsten van derden;
f. Kosten ten behoeve van de organisatie van de topsportwedstrijd of het topsportevenement;
g. Kosten die betrekking hebben op de accommodatie;
h. Personeelskosten;
i. Kosten ten behoeve van catering;
j. Kosten ten behoeve van entertainment;
k. Kosten ten behoeve van hospitality;
l. Saleskosten;
m. Kosten voor technische zaken;
n. Administratiekosten;
o. Accountantskosten;
p. Vaste lasten;
q. Kosten ten behoeve van maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 virus;
r. Kosten ten behoeve van de verplichte restitutie aan toeschouwers die geen gebruik hebben kunnen maken van het ticket of de seizoenkaart als gevolg van het publieksverbod evenementen; of
s. Kosten ten behoeve van het uitzenden van de topsportwedstrijd of het topsportevenement.
4. De minister kan afwijken van de limitatieve opsomming van toewijsbare begrote of gerealiseerde inkomsten en kosten, bedoeld in het derde lid, indien er sprake is van inkomsten of kosten waarvan redelijkerwijs kan worden aangetoond dat deze toewijsbaar zijn aan een topsportwedstrijd of topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd.
5. In aanvulling op het eerste lid kan de minister de organisator verzoeken inzage te geven in de gemiddelde bezoekersaantallen:
a. ingeval van een topsportwedstrijd van de thuiswedstrijden in het competitieseizoen 2018–2019 en de thuiswedstrijden in de competitieseizoenen 2021–2022 en 2022–2023 vanaf 1 april 2022 tot 1 april 2023; of
b. ingeval van een topsportevenement van de laatste editie van het topsportevenement dat in de voorgaande vijf jaar in Nederland heeft plaatsgevonden en de eerste editie die na 1 april 2022 heeft plaatsgevonden.
6. Indien de organisator de bezoekersaantallen, bedoeld in het vijfde lid, niet kan overleggen, wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde bezoekersaantallen die bekend zijn bij de betreffende nationale sportbond.
7. Indien uit de bezoekersaantallen, bedoeld in het vijfde en zesde lid blijkt dat sprake is van een afname van het gemiddelde aantal bezoekers, het subsidiebedrag naar rato naar beneden bijgesteld.
2. Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, bevat:
a. ten aanzien van de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is verleend, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten, al dan niet berekend door de toewijsbare jaarlijkse gerealiseerde inkomsten en kosten pro-rata toe te delen.
b. ten aanzien van de referentie: 1°. de aan de referentie toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten; of
2°. indien redelijkerwijs kan worden aangetoond dat er geen representatieve referentie voor de topsportwedstrijd of het topsportevenement bestaat, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd toewijsbare begrote inkomsten en kosten.
1°. de aan de referentie toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten; of
2°. indien redelijkerwijs kan worden aangetoond dat er geen representatieve referentie voor de topsportwedstrijd of het topsportevenement bestaat, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd toewijsbare begrote inkomsten en kosten.
3. De aan de topsportwedstrijd, het topsportevenement of de referentie toewijsbare begrote of gerealiseerde inkomsten en kosten, bedoeld in het tweede lid, bestaan uit:
a. Inkomsten uit kaartverkoop;
b. Inkomsten uit catering;
c. Inkomsten uit sponsoring;
d. Inkomsten uit merchandise;
e. Bijdragen en ontvangsten van derden;
f. Kosten ten behoeve van de organisatie van de topsportwedstrijd of het topsportevenement;
g. Kosten die betrekking hebben op de accommodatie;
h. Personeelskosten;
i. Kosten ten behoeve van catering;
j. Kosten ten behoeve van entertainment;
k. Kosten ten behoeve van hospitality;
l. Saleskosten;
m. Kosten voor technische zaken;
n. Administratiekosten;
o. Accountantskosten;
p. Vaste lasten;
q. Kosten ten behoeve van maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 virus;
r. Kosten ten behoeve van de verplichte restitutie aan toeschouwers die geen gebruik hebben kunnen maken van het ticket of de seizoenkaart als gevolg van het publieksverbod evenementen; of
s. Kosten ten behoeve van het uitzenden van de topsportwedstrijd of het topsportevenement.
4. De minister kan afwijken van de limitatieve opsomming van toewijsbare begrote of gerealiseerde inkomsten en kosten, bedoeld in het derde lid, indien er sprake is van inkomsten of kosten waarvan redelijkerwijs kan worden aangetoond dat deze toewijsbaar zijn aan een topsportwedstrijd of topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd.
5. In aanvulling op het eerste lid kan de minister de organisator verzoeken inzage te geven in de gemiddelde bezoekersaantallen:
a. ingeval van een topsportwedstrijd van de thuiswedstrijden in het competitieseizoen 2018–2019 en de thuiswedstrijden in de competitieseizoenen 2021–2022 en 2022–2023 vanaf 1 april 2022 tot 1 april 2023; of
b. ingeval van een topsportevenement van de laatste editie van het topsportevenement dat in de voorgaande vijf jaar in Nederland heeft plaatsgevonden en de eerste editie die na 1 april 2022 heeft plaatsgevonden.
6. Indien de organisator de bezoekersaantallen, bedoeld in het vijfde lid, niet kan overleggen, wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde bezoekersaantallen die bekend zijn bij de betreffende nationale sportbond.
7. Indien uit de bezoekersaantallen, bedoeld in het vijfde en zesde lid blijkt dat sprake is van een afname van het gemiddelde aantal bezoekers, het subsidiebedrag naar rato naar beneden bijgesteld.