BWBR0048191
Geldig vanaf 2023-05-25
Artikel 8
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023
1. Het directoraat-generaal Water en Bodem staat onder leiding van de directeur-generaal Water en Bodem.
2. Het directoraat-generaal Water en Bodem bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de directie Bodem, Ruimte en Klimaatadaptatie;
b. de directie Waterkwaliteit en Grote Wateren;
c. de directie Waterveiligheid, Rivieren en Zee;
d. de programmadirectie Klimaatadaptatie en Water Internationaal;
e. de Unit Instandhouding; en
f. het stafbureau directoraat-generaal Water en Bodem.
3. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b, c en e, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van een programmadirecteur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder f, staat onder leiding van een afdelingshoofd. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, bestaan uit afdelingen die onder leiding staan van een afdelingshoofd of programmamanager.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Water en Bodem zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal en Mobiliteit, bedoeld in de artikelen 5, 6en 7, en de (programma)directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid van een (programma-)directeur zijn de andere (programma-)directeuren en de afdelingshoofden en de programmamanagers binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Water en Bodem.
8. Het directoraat-generaal Water en Bodem heeft tot doel de verdere ontwikkeling van Nederland als een veilige, leefbare, bereikbare en concurrerende delta. Daarmee hebben het directoraat-generaal Water en Bodem en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
a. de directie Bodem, Ruimte en Klimaatadaptatie: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. de bodem en ondergrond;
2°. de relatie tussen de ruimtelijk ordening en het water- en bodembeleid;
3°. de bevordering van innovatie en kennis in het waterdomein;
4°. de klimaatadaptatie en nationale adaptatiestrategie; en
5°. het stelsel van de Omgevingswet voor het gehele IenW domein;
1°. de bodem en ondergrond;
2°. de relatie tussen de ruimtelijk ordening en het water- en bodembeleid;
3°. de bevordering van innovatie en kennis in het waterdomein;
4°. de klimaatadaptatie en nationale adaptatiestrategie; en
5°. het stelsel van de Omgevingswet voor het gehele IenW domein;
b. de directie Waterkwaliteit en Grote Wateren: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. de waterkwaliteit en zoetwater;
2°. de drinkwatervoorziening en het rioleringsbeheer;
3°. de stoffen in water en bodem;
4°. het grondwaterbeheer;
5°. de Wadden en Eems Dollard;
6°. de gebiedsstudies grote wateren IJsselmeer en Zuidwestelijke Delta; en
7°. het bestuur en de instrumentatie van het waterbeheer;
1°. de waterkwaliteit en zoetwater;
2°. de drinkwatervoorziening en het rioleringsbeheer;
3°. de stoffen in water en bodem;
4°. het grondwaterbeheer;
5°. de Wadden en Eems Dollard;
6°. de gebiedsstudies grote wateren IJsselmeer en Zuidwestelijke Delta; en
7°. het bestuur en de instrumentatie van het waterbeheer;
c. de directie Waterveiligheid, Rivieren en Zee: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. de waterveiligheid;
2°. de coördinatie van het opdrachtgeverschap van het Deltaprogramma;
3°. de uitvoering en financiering van en toezicht op het waterbeleid;
4°. het monitoren en evalueren van het waterbeleid;
5°. de Rijnmond Drechtsteden; en
6°. de Noordzee en oceanen;
1°. de waterveiligheid;
2°. de coördinatie van het opdrachtgeverschap van het Deltaprogramma;
3°. de uitvoering en financiering van en toezicht op het waterbeleid;
4°. het monitoren en evalueren van het waterbeleid;
5°. de Rijnmond Drechtsteden; en
6°. de Noordzee en oceanen;
d. de programmadirectie Klimaatadaptatie en Water Internationaal: het ontwikkelen en implementeren van (internationaal) beleid met betrekking tot klimaatadaptatie en water met een focus op: 1°. de watergerelateerde Sustainable Development Goals van Agenda 2030;
2°. de klimaatadaptatie in het Klimaatakkoord van Parijs; en
3°. de uitvoering van de internationale wateraanpak;
1°. de watergerelateerde Sustainable Development Goals van Agenda 2030;
2°. de klimaatadaptatie in het Klimaatakkoord van Parijs; en
3°. de uitvoering van de internationale wateraanpak;
e. de Unit Instandhouding: 1°. treedt op als de systeemeigenaar van het wegennet, vaarwegennet en de watersystemen;
2°. zorgt voor de verbetering van de prestaties op deze netwerken; en
3°. werkt samen met RWS en andere belanghebbenden aan een toekomstbestendige en efficiënte instandhouding;
1°. treedt op als de systeemeigenaar van het wegennet, vaarwegennet en de watersystemen;
2°. zorgt voor de verbetering van de prestaties op deze netwerken; en
3°. werkt samen met RWS en andere belanghebbenden aan een toekomstbestendige en efficiënte instandhouding;
f. het stafbureau directoraat-generaal Water en Bodem: het ondersteunen van het directoraat-generaal Water en Bodem.
2. Het directoraat-generaal Water en Bodem bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de directie Bodem, Ruimte en Klimaatadaptatie;
b. de directie Waterkwaliteit en Grote Wateren;
c. de directie Waterveiligheid, Rivieren en Zee;
d. de programmadirectie Klimaatadaptatie en Water Internationaal;
e. de Unit Instandhouding; en
f. het stafbureau directoraat-generaal Water en Bodem.
3. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b, c en e, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van een programmadirecteur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder f, staat onder leiding van een afdelingshoofd. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, bestaan uit afdelingen die onder leiding staan van een afdelingshoofd of programmamanager.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Water en Bodem zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal en Mobiliteit, bedoeld in de artikelen 5, 6en 7, en de (programma)directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid van een (programma-)directeur zijn de andere (programma-)directeuren en de afdelingshoofden en de programmamanagers binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Water en Bodem.
8. Het directoraat-generaal Water en Bodem heeft tot doel de verdere ontwikkeling van Nederland als een veilige, leefbare, bereikbare en concurrerende delta. Daarmee hebben het directoraat-generaal Water en Bodem en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
a. de directie Bodem, Ruimte en Klimaatadaptatie: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. de bodem en ondergrond;
2°. de relatie tussen de ruimtelijk ordening en het water- en bodembeleid;
3°. de bevordering van innovatie en kennis in het waterdomein;
4°. de klimaatadaptatie en nationale adaptatiestrategie; en
5°. het stelsel van de Omgevingswet voor het gehele IenW domein;
1°. de bodem en ondergrond;
2°. de relatie tussen de ruimtelijk ordening en het water- en bodembeleid;
3°. de bevordering van innovatie en kennis in het waterdomein;
4°. de klimaatadaptatie en nationale adaptatiestrategie; en
5°. het stelsel van de Omgevingswet voor het gehele IenW domein;
b. de directie Waterkwaliteit en Grote Wateren: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. de waterkwaliteit en zoetwater;
2°. de drinkwatervoorziening en het rioleringsbeheer;
3°. de stoffen in water en bodem;
4°. het grondwaterbeheer;
5°. de Wadden en Eems Dollard;
6°. de gebiedsstudies grote wateren IJsselmeer en Zuidwestelijke Delta; en
7°. het bestuur en de instrumentatie van het waterbeheer;
1°. de waterkwaliteit en zoetwater;
2°. de drinkwatervoorziening en het rioleringsbeheer;
3°. de stoffen in water en bodem;
4°. het grondwaterbeheer;
5°. de Wadden en Eems Dollard;
6°. de gebiedsstudies grote wateren IJsselmeer en Zuidwestelijke Delta; en
7°. het bestuur en de instrumentatie van het waterbeheer;
c. de directie Waterveiligheid, Rivieren en Zee: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. de waterveiligheid;
2°. de coördinatie van het opdrachtgeverschap van het Deltaprogramma;
3°. de uitvoering en financiering van en toezicht op het waterbeleid;
4°. het monitoren en evalueren van het waterbeleid;
5°. de Rijnmond Drechtsteden; en
6°. de Noordzee en oceanen;
1°. de waterveiligheid;
2°. de coördinatie van het opdrachtgeverschap van het Deltaprogramma;
3°. de uitvoering en financiering van en toezicht op het waterbeleid;
4°. het monitoren en evalueren van het waterbeleid;
5°. de Rijnmond Drechtsteden; en
6°. de Noordzee en oceanen;
d. de programmadirectie Klimaatadaptatie en Water Internationaal: het ontwikkelen en implementeren van (internationaal) beleid met betrekking tot klimaatadaptatie en water met een focus op: 1°. de watergerelateerde Sustainable Development Goals van Agenda 2030;
2°. de klimaatadaptatie in het Klimaatakkoord van Parijs; en
3°. de uitvoering van de internationale wateraanpak;
1°. de watergerelateerde Sustainable Development Goals van Agenda 2030;
2°. de klimaatadaptatie in het Klimaatakkoord van Parijs; en
3°. de uitvoering van de internationale wateraanpak;
e. de Unit Instandhouding: 1°. treedt op als de systeemeigenaar van het wegennet, vaarwegennet en de watersystemen;
2°. zorgt voor de verbetering van de prestaties op deze netwerken; en
3°. werkt samen met RWS en andere belanghebbenden aan een toekomstbestendige en efficiënte instandhouding;
1°. treedt op als de systeemeigenaar van het wegennet, vaarwegennet en de watersystemen;
2°. zorgt voor de verbetering van de prestaties op deze netwerken; en
3°. werkt samen met RWS en andere belanghebbenden aan een toekomstbestendige en efficiënte instandhouding;
f. het stafbureau directoraat-generaal Water en Bodem: het ondersteunen van het directoraat-generaal Water en Bodem.