BWBR0048191
Geldig vanaf 2023-05-25
Artikel 3
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023
1. De secretaris-generaal is overeenkomstig het Besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal(Stb. 1988, 499) belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en ten aanzien van specifieke, bij instructie van de secretaris-generaal aangewezen taken, is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 5, 6, 7en 8, bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de secretaris-generaal.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en ten aanzien van specifieke, bij instructie van de secretaris-generaal aangewezen taken, is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 5, 6, 7en 8, bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de secretaris-generaal.