BWBR0048131
Geldig vanaf 01-05-2023
Artikel 4
Beleidsregel kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg
1. De NZa stelt de tarieven in het gereguleerde segment vast op basis van werkelijke kostprijzen van instellingen. Hierbij worden de in artikel 5 genoemde bepalingen als uitgangspunt genomen.
2. Er is een regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’. In deze regeling is vastgelegd dat instellingen, die onder de reikwijdte van die regeling vallen, data (kostprijsgegevens) over het jaar t aan de NZa moeten aanleveren. De NZa heeft deze data nodig voor de berekening van tarieven. In de regeling zijn verplichtingen opgenomen over de wijze van aanlevering, welke gegevens moeten worden aangeleverd, de termijnen waarbinnen de aanlevering moet plaatsvinden, etc.
Om de eenduidigheid en kwaliteit van de aan te leveren gegevens te bevorderen en de administratieve lasten voor de instellingen te beperken, stelt de NZa een (digitaal) aanleversjabloon beschikbaar.
3. Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b (algemene ziekenhuizen en universitaire medische centra) moeten op grond van de regeling genoemd in het vorige lid kostprijsgegevens aanleveren van hun omzet in het gereguleerde segment (zowel de dbc-zorgproducten als de overige zorgproducten) èn in het vrije segment (uitsluitend de dbc-zorgproducten). Zie ook artikel 6.
4. Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met i moeten op grond van de regeling genoemd in het tweede lid kostprijsgegevens aanleveren van hun omzet in (uitsluitend) het gereguleerde segment (zowel de dbc-zorgproducten als de overige zorgproducten). Instellingen bedoeld in de vorige zin, die geen dbc-zorgproducten in rekening brengen, maar uitsluitend overige zorgproducten, leveren de kostprijsgegevens aan van de omzet die op deze overige zorgproducten (in het gereguleerde segment) betrekking hebben.
5. In geval van bijzondere omstandigheden kan een instelling in aanmerking komen voor ontheffing van de aanleververplichting genoemd in het tweede lid, een en ander ter beoordeling van de NZa. De instelling dient hiertoe vóór 1 augustus jaar t+1 een gemotiveerd, cijfermatig onderbouwd ontheffingsverzoek in bij de NZa. De instelling maakt daarbij gebruik van het format dat als bijlage 3 deel uitmaakt van de regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’.
6. In aanvulling op het bepaalde in het vorige lid komen voor ontheffing van de aanleververplichting bedoeld in het vierde lid in ieder geval in aanmerking:
a Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met i, voor zo ver hun omzet in jaar t in het gereguleerde segment (dbc-zorgproducten en/of overige zorgproducten) kleiner is dan 10% van de totale gedeclareerde omzet in jaar t.
b Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b (algemene ziekenhuizen en universitaire medische centra), voor zo ver hun omzet in jaar t in het gereguleerde segment (dbc-zorgproducten en overige zorgproducten) èn in het vrije segment (uitsluitend dbc-zorgproducten) tezamen kleiner is dan 10% van de totale gedeclareerde omzet in jaar t.
7. Bij de berekening die instellingen in het kader van het zesde lid moeten uitvoeren, dient de omzet uit zorgproducten in het gereguleerde segment die betrekking heeft op add-on geneesmiddelen, stollingsfactoren, logopedie, prenatale screening, bijzondere tandheelkunde en medisch-specialistische verpleging in de thuissituatie in de teller te worden uitgesloten.
8. Ontheffingen die op grond van het zesde lid zijn verleend, gelden ook voor de jaren volgend op het jaar waarvoor de ontheffing initieel werd verleend, tenzij het overeenkomstig het zesde lid berekende omzetaandeel nadien groter is geworden dan de in dat lid genoemde 10%.
2. Er is een regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’. In deze regeling is vastgelegd dat instellingen, die onder de reikwijdte van die regeling vallen, data (kostprijsgegevens) over het jaar t aan de NZa moeten aanleveren. De NZa heeft deze data nodig voor de berekening van tarieven. In de regeling zijn verplichtingen opgenomen over de wijze van aanlevering, welke gegevens moeten worden aangeleverd, de termijnen waarbinnen de aanlevering moet plaatsvinden, etc.
Om de eenduidigheid en kwaliteit van de aan te leveren gegevens te bevorderen en de administratieve lasten voor de instellingen te beperken, stelt de NZa een (digitaal) aanleversjabloon beschikbaar.
3. Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b (algemene ziekenhuizen en universitaire medische centra) moeten op grond van de regeling genoemd in het vorige lid kostprijsgegevens aanleveren van hun omzet in het gereguleerde segment (zowel de dbc-zorgproducten als de overige zorgproducten) èn in het vrije segment (uitsluitend de dbc-zorgproducten). Zie ook artikel 6.
4. Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met i moeten op grond van de regeling genoemd in het tweede lid kostprijsgegevens aanleveren van hun omzet in (uitsluitend) het gereguleerde segment (zowel de dbc-zorgproducten als de overige zorgproducten). Instellingen bedoeld in de vorige zin, die geen dbc-zorgproducten in rekening brengen, maar uitsluitend overige zorgproducten, leveren de kostprijsgegevens aan van de omzet die op deze overige zorgproducten (in het gereguleerde segment) betrekking hebben.
5. In geval van bijzondere omstandigheden kan een instelling in aanmerking komen voor ontheffing van de aanleververplichting genoemd in het tweede lid, een en ander ter beoordeling van de NZa. De instelling dient hiertoe vóór 1 augustus jaar t+1 een gemotiveerd, cijfermatig onderbouwd ontheffingsverzoek in bij de NZa. De instelling maakt daarbij gebruik van het format dat als bijlage 3 deel uitmaakt van de regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’.
6. In aanvulling op het bepaalde in het vorige lid komen voor ontheffing van de aanleververplichting bedoeld in het vierde lid in ieder geval in aanmerking:
a Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met i, voor zo ver hun omzet in jaar t in het gereguleerde segment (dbc-zorgproducten en/of overige zorgproducten) kleiner is dan 10% van de totale gedeclareerde omzet in jaar t.
b Instellingen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b (algemene ziekenhuizen en universitaire medische centra), voor zo ver hun omzet in jaar t in het gereguleerde segment (dbc-zorgproducten en overige zorgproducten) èn in het vrije segment (uitsluitend dbc-zorgproducten) tezamen kleiner is dan 10% van de totale gedeclareerde omzet in jaar t.
7. Bij de berekening die instellingen in het kader van het zesde lid moeten uitvoeren, dient de omzet uit zorgproducten in het gereguleerde segment die betrekking heeft op add-on geneesmiddelen, stollingsfactoren, logopedie, prenatale screening, bijzondere tandheelkunde en medisch-specialistische verpleging in de thuissituatie in de teller te worden uitgesloten.
8. Ontheffingen die op grond van het zesde lid zijn verleend, gelden ook voor de jaren volgend op het jaar waarvoor de ontheffing initieel werd verleend, tenzij het overeenkomstig het zesde lid berekende omzetaandeel nadien groter is geworden dan de in dat lid genoemde 10%.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048131
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl