Artikel 1
1. Deze regeling is van toepassing op instellingen die medisch specialistische zorg verlenen of doen verlenen, waaronder in het kader van deze regeling de navolgende categorieën van instellingen worden verstaan:
a. algemene ziekenhuizen;
b. universitaire medische centra;
c. zelfstandige behandelcentra;
d. instellingen voor revalidatiezorg;
e. categorale instellingen voor long/astmazorg;
f. huisartsenlaboratoria;
g. trombosediensten;
h. productiesamenwerkingsverbanden;
i. klinisch genetische centra, voor zo ver deze geen deel uitmaken van een universitair medisch centrum.
2. Deze regeling is niet van toepassing op:
a. categorale instellingen voor epilepsiezorg;
b. radiotherapeutische centra;
c. dialysecentra;
d. audiologische centra;
e. instellingen die geriatrische revalidatiezorg leveren en die niet behoren tot een van de instellingscategorieën genoemd in het eerste lid.
a. algemene ziekenhuizen;
b. universitaire medische centra;
c. zelfstandige behandelcentra;
d. instellingen voor revalidatiezorg;
e. categorale instellingen voor long/astmazorg;
f. huisartsenlaboratoria;
g. trombosediensten;
h. productiesamenwerkingsverbanden;
i. klinisch genetische centra, voor zo ver deze geen deel uitmaken van een universitair medisch centrum.
2. Deze regeling is niet van toepassing op:
a. categorale instellingen voor epilepsiezorg;
b. radiotherapeutische centra;
c. dialysecentra;
d. audiologische centra;
e. instellingen die geriatrische revalidatiezorg leveren en die niet behoren tot een van de instellingscategorieën genoemd in het eerste lid.