BWBR0048131
Geldig vanaf 01-05-2023
Artikel 5
Beleidsregel kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg
Voor de wijze van berekenen van kostprijzen hanteert de NZa de uitgangspunten zoals hieronder genoemd onder a, b en c.
a. Berekening op productniveau • Voor het berekenen van kostprijzen van zorgproducten worden de nacalculatorische, aan zorgproducten toegerekende kostprijzen gebruikt. Deze kostprijzen worden door instellingen aan de NZa aangeleverd op een door de NZa voorgeschreven wijze en nader te bepalen moment.
• Bij de voorgeschreven berekening van kostprijzen door instellingen sluit de NZa, om de administratieve lasten te beperken, zoveel mogelijk aan bij de algemeen gangbare praktijk van kostprijsberekening binnen de instellingen. De NZa kan voorschriften verbinden aan de wijze waarop het toerekenen van kosten en opbrengsten dient plaats te vinden. Eventuele voorschriften zijn nader uitgewerkt in de regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’.
• De NZa controleert steekproefsgewijs, bij een selectie van instellingen, of de hierboven bedoelde voorschriften op de voorgeschreven wijze zijn nageleefd.
• De NZa streeft er naar om het aantal bewerkingen dat plaatsvindt op de aangeleverde kostprijzen te beperken. Door uit te gaan van nacalculatorische kostprijzen op zorgproductniveau streeft de NZa naar zo herkenbaar en stabiel mogelijke kostprijzen als basis voor de tarieven.
• Voor het berekenen van kostprijzen van zorgproducten worden de nacalculatorische, aan zorgproducten toegerekende kostprijzen gebruikt. Deze kostprijzen worden door instellingen aan de NZa aangeleverd op een door de NZa voorgeschreven wijze en nader te bepalen moment.
• Bij de voorgeschreven berekening van kostprijzen door instellingen sluit de NZa, om de administratieve lasten te beperken, zoveel mogelijk aan bij de algemeen gangbare praktijk van kostprijsberekening binnen de instellingen. De NZa kan voorschriften verbinden aan de wijze waarop het toerekenen van kosten en opbrengsten dient plaats te vinden. Eventuele voorschriften zijn nader uitgewerkt in de regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’.
• De NZa controleert steekproefsgewijs, bij een selectie van instellingen, of de hierboven bedoelde voorschriften op de voorgeschreven wijze zijn nageleefd.
• De NZa streeft er naar om het aantal bewerkingen dat plaatsvindt op de aangeleverde kostprijzen te beperken. Door uit te gaan van nacalculatorische kostprijzen op zorgproductniveau streeft de NZa naar zo herkenbaar en stabiel mogelijke kostprijzen als basis voor de tarieven.
b. Uniforme kostencategorieën De NZa hanteert een gestandaardiseerde indeling in kostencategorieën, te weten: • Personeelskosten: medisch specialistisch bedrijf’ (MSB);
• Personeelskosten: Medisch specialisten (loondienst);
• Personeelskosten: Overig;
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten;
• Materiële kosten: Overig;
• Gebouwgebonden kosten;
• Medische en overige inventaris;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage academische zorg – variabel deel;
• Opbrengsten: overige beschikbaarheidbijdrage(n);
• Opbrengsten: overige opbrengsten;
• Kosten voor zorg uitgevoerd door derden (voor zorg die geheel of deels wordt uitbesteed);
• Totale directe kosten;
• Totale indirecte kosten.
• Personeelskosten: medisch specialistisch bedrijf’ (MSB);
• Personeelskosten: Medisch specialisten (loondienst);
• Personeelskosten: Overig;
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten;
• Materiële kosten: Overig;
• Gebouwgebonden kosten;
• Medische en overige inventaris;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage academische zorg – variabel deel;
• Opbrengsten: overige beschikbaarheidbijdrage(n);
• Opbrengsten: overige opbrengsten;
• Kosten voor zorg uitgevoerd door derden (voor zorg die geheel of deels wordt uitbesteed);
• Totale directe kosten;
• Totale indirecte kosten.
c. Opbrengsten De volgende opbrengstenstromen worden opgenomen in de kostencategorie ’Opbrengsten: overige opbrengsten’ zoals hierboven opgenomen onder uitgangspunt b: • Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie;
• Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs;
• Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd;
• Onderlinge dienstverlening (medisch/productie);
• Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc.);
• Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat;
• Doorbelaste diensten aan medisch specialisten niet in loondienst;
• Overige subsidies;
• Incidentele baten/lasten.
• Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie;
• Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs;
• Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd;
• Onderlinge dienstverlening (medisch/productie);
• Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc.);
• Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat;
• Doorbelaste diensten aan medisch specialisten niet in loondienst;
• Overige subsidies;
• Incidentele baten/lasten.
a. Berekening op productniveau • Voor het berekenen van kostprijzen van zorgproducten worden de nacalculatorische, aan zorgproducten toegerekende kostprijzen gebruikt. Deze kostprijzen worden door instellingen aan de NZa aangeleverd op een door de NZa voorgeschreven wijze en nader te bepalen moment.
• Bij de voorgeschreven berekening van kostprijzen door instellingen sluit de NZa, om de administratieve lasten te beperken, zoveel mogelijk aan bij de algemeen gangbare praktijk van kostprijsberekening binnen de instellingen. De NZa kan voorschriften verbinden aan de wijze waarop het toerekenen van kosten en opbrengsten dient plaats te vinden. Eventuele voorschriften zijn nader uitgewerkt in de regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’.
• De NZa controleert steekproefsgewijs, bij een selectie van instellingen, of de hierboven bedoelde voorschriften op de voorgeschreven wijze zijn nageleefd.
• De NZa streeft er naar om het aantal bewerkingen dat plaatsvindt op de aangeleverde kostprijzen te beperken. Door uit te gaan van nacalculatorische kostprijzen op zorgproductniveau streeft de NZa naar zo herkenbaar en stabiel mogelijke kostprijzen als basis voor de tarieven.
• Voor het berekenen van kostprijzen van zorgproducten worden de nacalculatorische, aan zorgproducten toegerekende kostprijzen gebruikt. Deze kostprijzen worden door instellingen aan de NZa aangeleverd op een door de NZa voorgeschreven wijze en nader te bepalen moment.
• Bij de voorgeschreven berekening van kostprijzen door instellingen sluit de NZa, om de administratieve lasten te beperken, zoveel mogelijk aan bij de algemeen gangbare praktijk van kostprijsberekening binnen de instellingen. De NZa kan voorschriften verbinden aan de wijze waarop het toerekenen van kosten en opbrengsten dient plaats te vinden. Eventuele voorschriften zijn nader uitgewerkt in de regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg’.
• De NZa controleert steekproefsgewijs, bij een selectie van instellingen, of de hierboven bedoelde voorschriften op de voorgeschreven wijze zijn nageleefd.
• De NZa streeft er naar om het aantal bewerkingen dat plaatsvindt op de aangeleverde kostprijzen te beperken. Door uit te gaan van nacalculatorische kostprijzen op zorgproductniveau streeft de NZa naar zo herkenbaar en stabiel mogelijke kostprijzen als basis voor de tarieven.
b. Uniforme kostencategorieën De NZa hanteert een gestandaardiseerde indeling in kostencategorieën, te weten: • Personeelskosten: medisch specialistisch bedrijf’ (MSB);
• Personeelskosten: Medisch specialisten (loondienst);
• Personeelskosten: Overig;
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten;
• Materiële kosten: Overig;
• Gebouwgebonden kosten;
• Medische en overige inventaris;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage academische zorg – variabel deel;
• Opbrengsten: overige beschikbaarheidbijdrage(n);
• Opbrengsten: overige opbrengsten;
• Kosten voor zorg uitgevoerd door derden (voor zorg die geheel of deels wordt uitbesteed);
• Totale directe kosten;
• Totale indirecte kosten.
• Personeelskosten: medisch specialistisch bedrijf’ (MSB);
• Personeelskosten: Medisch specialisten (loondienst);
• Personeelskosten: Overig;
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten;
• Materiële kosten: Overig;
• Gebouwgebonden kosten;
• Medische en overige inventaris;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen;
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage academische zorg – variabel deel;
• Opbrengsten: overige beschikbaarheidbijdrage(n);
• Opbrengsten: overige opbrengsten;
• Kosten voor zorg uitgevoerd door derden (voor zorg die geheel of deels wordt uitbesteed);
• Totale directe kosten;
• Totale indirecte kosten.
c. Opbrengsten De volgende opbrengstenstromen worden opgenomen in de kostencategorie ’Opbrengsten: overige opbrengsten’ zoals hierboven opgenomen onder uitgangspunt b: • Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie;
• Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs;
• Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd;
• Onderlinge dienstverlening (medisch/productie);
• Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc.);
• Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat;
• Doorbelaste diensten aan medisch specialisten niet in loondienst;
• Overige subsidies;
• Incidentele baten/lasten.
• Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie;
• Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs;
• Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd;
• Onderlinge dienstverlening (medisch/productie);
• Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc.);
• Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat;
• Doorbelaste diensten aan medisch specialisten niet in loondienst;
• Overige subsidies;
• Incidentele baten/lasten.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048131
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl