BWBR0048123
Geldig vanaf 2023-05-03
Artikel 9
Subsidieregeling Ontwikkelkracht
In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregelingworden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
a. De subsidieontvanger verstrekt informatie aan het programmabureau van het programma Ontwikkelkracht als daar om wordt gevraagd en werkt mee aan evaluaties en monitoring.
b. De activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt worden uitgevoerd binnen de periode die de minister in de beschikking bepaalt.
c. Per vestiging neemt per traject ten minste het volgend aantal onderwijsprofessionals per schooljaar deel: 1°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft, en vijfentwintig personen indien het een VO-vestiging betreft, voor het bijwonen van een cursus, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, hiervan dienen ten minste zes personen het train-de-trainer-traject te volgen;
2°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of veertig personen, indien het een VO-vestiging betreft, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, waarbij er één interne procesbegeleider wordt aangesteld per team van 4 tot 10 leraren voor het deelnemen aan het traject. Bij vestigingen waar minder onderwijsprofessionals werken dan vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of minder dan veertig, indien het een VO-vestiging betreft, dienen alle onderwijsprofessionals in het schoolteam deel te nemen aan de trajecten, met uitzondering van onderwijsprofessionals die een aanstelling hebben van minder dan één dag per week;
3°. twee personen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1°;
4°. één interne procesbegeleider voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2°;
1°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft, en vijfentwintig personen indien het een VO-vestiging betreft, voor het bijwonen van een cursus, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, hiervan dienen ten minste zes personen het train-de-trainer-traject te volgen;
2°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of veertig personen, indien het een VO-vestiging betreft, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, waarbij er één interne procesbegeleider wordt aangesteld per team van 4 tot 10 leraren voor het deelnemen aan het traject. Bij vestigingen waar minder onderwijsprofessionals werken dan vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of minder dan veertig, indien het een VO-vestiging betreft, dienen alle onderwijsprofessionals in het schoolteam deel te nemen aan de trajecten, met uitzondering van onderwijsprofessionals die een aanstelling hebben van minder dan één dag per week;
3°. twee personen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1°;
4°. één interne procesbegeleider voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2°;
d. De subsidieontvanger deelt actief zijn kennis met andere vestigingen.
e. De subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, zendt jaarlijks vóór 1 oktober, een activiteitenverslag aan de minister. Hierin wordt verslag gedaan van de realisatie van de in het activiteitenplan genoemde activiteiten;
f. De subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° en 2°: 1°. werkt mee aan de monitoring van de implementatie van de aanpak en het in kaart brengen van de effecten; en
2°. draagt er zorg voor dat een leraar of intern procesbegeleider de implementatie begeleidt.
1°. werkt mee aan de monitoring van de implementatie van de aanpak en het in kaart brengen van de effecten; en
2°. draagt er zorg voor dat een leraar of intern procesbegeleider de implementatie begeleidt.
a. De subsidieontvanger verstrekt informatie aan het programmabureau van het programma Ontwikkelkracht als daar om wordt gevraagd en werkt mee aan evaluaties en monitoring.
b. De activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt worden uitgevoerd binnen de periode die de minister in de beschikking bepaalt.
c. Per vestiging neemt per traject ten minste het volgend aantal onderwijsprofessionals per schooljaar deel: 1°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft, en vijfentwintig personen indien het een VO-vestiging betreft, voor het bijwonen van een cursus, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, hiervan dienen ten minste zes personen het train-de-trainer-traject te volgen;
2°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of veertig personen, indien het een VO-vestiging betreft, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, waarbij er één interne procesbegeleider wordt aangesteld per team van 4 tot 10 leraren voor het deelnemen aan het traject. Bij vestigingen waar minder onderwijsprofessionals werken dan vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of minder dan veertig, indien het een VO-vestiging betreft, dienen alle onderwijsprofessionals in het schoolteam deel te nemen aan de trajecten, met uitzondering van onderwijsprofessionals die een aanstelling hebben van minder dan één dag per week;
3°. twee personen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1°;
4°. één interne procesbegeleider voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2°;
1°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft, en vijfentwintig personen indien het een VO-vestiging betreft, voor het bijwonen van een cursus, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, hiervan dienen ten minste zes personen het train-de-trainer-traject te volgen;
2°. vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of veertig personen, indien het een VO-vestiging betreft, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, waarbij er één interne procesbegeleider wordt aangesteld per team van 4 tot 10 leraren voor het deelnemen aan het traject. Bij vestigingen waar minder onderwijsprofessionals werken dan vijftien personen, indien het een PO-vestiging betreft of minder dan veertig, indien het een VO-vestiging betreft, dienen alle onderwijsprofessionals in het schoolteam deel te nemen aan de trajecten, met uitzondering van onderwijsprofessionals die een aanstelling hebben van minder dan één dag per week;
3°. twee personen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1°;
4°. één interne procesbegeleider voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2°;
d. De subsidieontvanger deelt actief zijn kennis met andere vestigingen.
e. De subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, zendt jaarlijks vóór 1 oktober, een activiteitenverslag aan de minister. Hierin wordt verslag gedaan van de realisatie van de in het activiteitenplan genoemde activiteiten;
f. De subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1° en 2°: 1°. werkt mee aan de monitoring van de implementatie van de aanpak en het in kaart brengen van de effecten; en
2°. draagt er zorg voor dat een leraar of intern procesbegeleider de implementatie begeleidt.
1°. werkt mee aan de monitoring van de implementatie van de aanpak en het in kaart brengen van de effecten; en
2°. draagt er zorg voor dat een leraar of intern procesbegeleider de implementatie begeleidt.