BWBR0048123
Geldig vanaf 2023-05-03
Artikel 7
Subsidieregeling Ontwikkelkracht
1. Voor verstrekking van de subsidie is voor het schooljaar 2023/2024 in totaal een bedrag beschikbaar van € 1.969.856,– voor het primair onderwijs, primair onderwijs BES, voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs BES.
2. Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn per schooljaar ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
a. € 228.960,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 ten hoogste vijf PO-vestigingen en vijf VO-vestigingen kunnen deelnemen;
b. € 1.282.600,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 ten hoogste tien PO-vestigingen en tien VO-vestigingen deelnemen;
c. € 333.316,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 voor ten hoogste twee vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste vier vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
d. € 124.980,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 voor ten hoogste vijftien vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste dertig vestigingen subsidie kan worden verstrekt.
3. De minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn per schooljaar ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
a. € 228.960,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 ten hoogste vijf PO-vestigingen en vijf VO-vestigingen kunnen deelnemen;
b. € 1.282.600,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 ten hoogste tien PO-vestigingen en tien VO-vestigingen deelnemen;
c. € 333.316,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 voor ten hoogste twee vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste vier vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
d. € 124.980,– voor deelname aan de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, waarbij in het schooljaar 2023/2024 voor ten hoogste vijftien vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste dertig vestigingen subsidie kan worden verstrekt.
3. De minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.