BWBR0047833
Geldig vanaf 2023-01-31
Artikel 9
Regeling aanstellingseisen politie 2023
1. Een kandidaat moet op basis van het psychologisch profiel van de kandidaat in staat zijn adequaat te functioneren in de beroepspraktijk.
2. Het psychologisch profiel van een kandidaat wordt in kaart gebracht door middel van een psychologisch onderzoek.
3. Het psychologisch onderzoek, genoemd in het tweede lid, bestaat uit:
a. een psychologisch interview met ingrijpende gebeurtenissen lijst;
b. een persoonlijkheidsvragenlijst;
c. een praktijksimulatie.
4. De psycholoog maakt een afweging van de scores op de drie genoemde onderdelen en vormt zich een eindoordeel over de kandidaat, uitgedrukt in scores op de voor de functie en opleidingsniveau relevante competenties, opgenomen in bijlage 1.
5. De competenties worden beoordeeld op een 5-puntsschaal.
6. De score per competentie leidt tot een somscore. Voor kandidaat aspiranten en kandidaat vrijwilliger-aspiranten is de vereiste minimale somscore:
a. 18 voor een politieopleiding op kwalificatieniveau NLQF 4, ten behoeve van aanstelling in het vakgebied GGP of het vakgebied Tactische Opsporing;
b. 21 voor een politieopleiding op de kwalificatieniveaus NLQF 5, NLQF 6 en NLQF 7 ten behoeve van aanstelling in het vakgebied GGP;
c. 23 voor een politieopleiding op de kwalificatieniveaus NLQF 5, NLQF 6 en NLQF 7 ten behoeve van aanstelling in het vakgebied Tactische Opsporing.
7. De kandidaat aspirant en de kandidaat vrijwilliger aspirant ontvangt een negatief advies als:
a. de vereiste minimale somscores, genoemd in het zesde lid, niet worden behaald;
b. de in bijlage 1 genoemde minimale score per competentie niet wordt behaald.
8. De kandidaat ambtenaar in opleiding en de kandidaat vrijwillige ambtenaar wordt enkel op de competentie stressbestendigheid getoetst.
9. De kandidaat ambtenaar in opleiding en kandidaat vrijwillige ambtenaar in opleiding ontvangen een negatief advies als de minimale score van 2 op de competentie stressbestendigheid niet wordt behaald.
10. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat het psychologisch onderzoek dat gehanteerd wordt:
a. wordt afgenomen onder de verantwoordelijkheid van een psycholoog die is aangesloten bij het Nederlands Instituut voor Psychologen;
b. testen bevat die zoveel mogelijk voldoen aan de beoordelingscriteria van de Commissie Testaangelegenheden Nederland voor psychologische testen.
2. Het psychologisch profiel van een kandidaat wordt in kaart gebracht door middel van een psychologisch onderzoek.
3. Het psychologisch onderzoek, genoemd in het tweede lid, bestaat uit:
a. een psychologisch interview met ingrijpende gebeurtenissen lijst;
b. een persoonlijkheidsvragenlijst;
c. een praktijksimulatie.
4. De psycholoog maakt een afweging van de scores op de drie genoemde onderdelen en vormt zich een eindoordeel over de kandidaat, uitgedrukt in scores op de voor de functie en opleidingsniveau relevante competenties, opgenomen in bijlage 1.
5. De competenties worden beoordeeld op een 5-puntsschaal.
6. De score per competentie leidt tot een somscore. Voor kandidaat aspiranten en kandidaat vrijwilliger-aspiranten is de vereiste minimale somscore:
a. 18 voor een politieopleiding op kwalificatieniveau NLQF 4, ten behoeve van aanstelling in het vakgebied GGP of het vakgebied Tactische Opsporing;
b. 21 voor een politieopleiding op de kwalificatieniveaus NLQF 5, NLQF 6 en NLQF 7 ten behoeve van aanstelling in het vakgebied GGP;
c. 23 voor een politieopleiding op de kwalificatieniveaus NLQF 5, NLQF 6 en NLQF 7 ten behoeve van aanstelling in het vakgebied Tactische Opsporing.
7. De kandidaat aspirant en de kandidaat vrijwilliger aspirant ontvangt een negatief advies als:
a. de vereiste minimale somscores, genoemd in het zesde lid, niet worden behaald;
b. de in bijlage 1 genoemde minimale score per competentie niet wordt behaald.
8. De kandidaat ambtenaar in opleiding en de kandidaat vrijwillige ambtenaar wordt enkel op de competentie stressbestendigheid getoetst.
9. De kandidaat ambtenaar in opleiding en kandidaat vrijwillige ambtenaar in opleiding ontvangen een negatief advies als de minimale score van 2 op de competentie stressbestendigheid niet wordt behaald.
10. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat het psychologisch onderzoek dat gehanteerd wordt:
a. wordt afgenomen onder de verantwoordelijkheid van een psycholoog die is aangesloten bij het Nederlands Instituut voor Psychologen;
b. testen bevat die zoveel mogelijk voldoen aan de beoordelingscriteria van de Commissie Testaangelegenheden Nederland voor psychologische testen.