BWBR0047833
Geldig vanaf 2023-01-31
Artikel 7
Regeling aanstellingseisen politie 2023
1. De kandidaat moet de Nederlandse taal voldoende vaardig zijn.
2. De Nederlandse taalvaardigheid van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van diens hoogst genoten en afgeronde Nederlandse opleiding of een Nederlandse taaltoets.
3. Indien de kandidaat aspirant en de kandidaat vrijwilliger-aspirant tenminste een diploma heeft dat toegang geeft tot een politieopleiding op het kwalificatieniveau NLQF 5, NLQF 6 of NLQF 7 wordt de taalvaardigheid zonder meer als voldoende beoordeeld, tenzij het een buitenlands diploma betreft.
4. Indien de kandidaat ambtenaar in opleiding of de kandidaat vrijwillige ambtenaar in opleiding na het voltooien van de politieopleiding wordt geplaatst in een functie waarvoor een hbo of wo werk- en denkniveau geldt wordt de taalvaardigheid zonder meer als voldoende beoordeeld, tenzij het werk- en denkniveau van de kandidaat, bedoeld in artikel 5, enkel berust op een buitenlands diploma.
5. In andere gevallen wordt de taalvaardigheid beoordeeld aan de hand van een Nederlandse taaltoets, waarbij de kandidaat aan taalvaardigheidsniveau B1 dient te voldoen.
6. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de Nederlandse taaltoets die gehanteerd wordt:
a. gangbaar is om het Nederlandse taalniveau van studenten vast te stellen in het Nederlandse onderwijs;
b. gebruik maakt van de objectieve criteria van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader en de vereiste taalvaardigheidsniveaus in de termen van dat kader worden uitgedrukt;
c. onder toezicht wordt afgenomen.
2. De Nederlandse taalvaardigheid van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van diens hoogst genoten en afgeronde Nederlandse opleiding of een Nederlandse taaltoets.
3. Indien de kandidaat aspirant en de kandidaat vrijwilliger-aspirant tenminste een diploma heeft dat toegang geeft tot een politieopleiding op het kwalificatieniveau NLQF 5, NLQF 6 of NLQF 7 wordt de taalvaardigheid zonder meer als voldoende beoordeeld, tenzij het een buitenlands diploma betreft.
4. Indien de kandidaat ambtenaar in opleiding of de kandidaat vrijwillige ambtenaar in opleiding na het voltooien van de politieopleiding wordt geplaatst in een functie waarvoor een hbo of wo werk- en denkniveau geldt wordt de taalvaardigheid zonder meer als voldoende beoordeeld, tenzij het werk- en denkniveau van de kandidaat, bedoeld in artikel 5, enkel berust op een buitenlands diploma.
5. In andere gevallen wordt de taalvaardigheid beoordeeld aan de hand van een Nederlandse taaltoets, waarbij de kandidaat aan taalvaardigheidsniveau B1 dient te voldoen.
6. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de Nederlandse taaltoets die gehanteerd wordt:
a. gangbaar is om het Nederlandse taalniveau van studenten vast te stellen in het Nederlandse onderwijs;
b. gebruik maakt van de objectieve criteria van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader en de vereiste taalvaardigheidsniveaus in de termen van dat kader worden uitgedrukt;
c. onder toezicht wordt afgenomen.