BWBR0047683
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 3.13
Beleidsregel verlagen subsidie GLB
1. Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties de uitvoering van haar operationele programma, ook in het geval van al dan niet vrijwillige intrekking van de erkenning, vóór het einde van de geplande looptijd ervan stopzet, worden geen verdere betalingen aan die organisatie of unie gedaan voor acties die na de datum van stopzetting worden uitgevoerd.
2. De steun die vóór de stopzetting van het operationele programma is ontvangen voor subsidiabele acties, wordt teruggevorderd, indien:
a. de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties niet aan de erkenningscriteria heeft voldaan;
b. de in artikel 5.2.45 van de REES 2021 bedoelde meetbare resultaten, zoals vastgelegd in het operationele programma, niet zijn verwezenlijkt op het moment van stopzetting; of
c. de investeringen die met bijstand uit het actiefonds zijn gefinancierd, niet in het bezit blijven van en gebruikt worden door de producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of haar dochternemingen die aan het vereiste van 90% als bedoeld in artikel 31, zevende lid, van Verordening (EU) 2022/126 voldoen of haar leden tot ten minste het einde van de in artikel 5.2.63 van de REES 2021 bedoelde periode.
2. De steun die vóór de stopzetting van het operationele programma is ontvangen voor subsidiabele acties, wordt teruggevorderd, indien:
a. de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties niet aan de erkenningscriteria heeft voldaan;
b. de in artikel 5.2.45 van de REES 2021 bedoelde meetbare resultaten, zoals vastgelegd in het operationele programma, niet zijn verwezenlijkt op het moment van stopzetting; of
c. de investeringen die met bijstand uit het actiefonds zijn gefinancierd, niet in het bezit blijven van en gebruikt worden door de producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of haar dochternemingen die aan het vereiste van 90% als bedoeld in artikel 31, zevende lid, van Verordening (EU) 2022/126 voldoen of haar leden tot ten minste het einde van de in artikel 5.2.63 van de REES 2021 bedoelde periode.