BWBR0047683
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 2.5
Beleidsregel verlagen subsidie GLB
1. Indien een agrarisch collectief ten aanzien van één of meerdere leefgebieden niet voldoet aan het minimum aantal hectares zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening, dan wordt de jaarbetaling voor het betreffende leefgebied en kalenderjaar door het bevoegde gezag:
a. verlaagd met het bedrag dat wordt gevormd door het verschil tussen de geconstateerde oppervlakte en het minimum aantal te realiseren hectares te vermenigvuldigen met de beschikte hectareprijs, wanneer de afwijking kleiner dan of gelijk is aan 5%;
b. verlaagd met twee keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 5% bedraagt, maar kleiner of gelijk is aan 25%;
c. verlaagd met drie keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 25% bedraagt, maar kleiner of gelijk is aan 50%;
d. niet verstrekt wanneer de afwijking meer dan 50% bedraagt.
2. De afwijking, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, wordt berekend door de som van de te realiseren minimum aantal hectares van elk leefgebied zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening te vergelijken met de som van het gerealiseerde aantal subsidiabele hectares van elk leefgebied, waarbij voor deze berekening het gerealiseerde aantal subsidiabele hectares per leefgebied niet groter kan zijn dan het maximum aantal hectares dat is opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening voor het betreffende leefgebied.
3. Indien de verlaging die op grond van dit artikel opgelegd moet worden groter is dan de jaarvergoeding voor het betreffende leefgebied, dan:
a. verrekent het bevoegd gezag het nog openstaande bedrag overeenkomstig artikel 31 van verordening (EU) 2022/128 of, indien dit niet mogelijk is;
b. vordert het bevoegd gezag het nog openstaande bedrag terug overeenkomstig artikel 1.7.
a. verlaagd met het bedrag dat wordt gevormd door het verschil tussen de geconstateerde oppervlakte en het minimum aantal te realiseren hectares te vermenigvuldigen met de beschikte hectareprijs, wanneer de afwijking kleiner dan of gelijk is aan 5%;
b. verlaagd met twee keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 5% bedraagt, maar kleiner of gelijk is aan 25%;
c. verlaagd met drie keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 25% bedraagt, maar kleiner of gelijk is aan 50%;
d. niet verstrekt wanneer de afwijking meer dan 50% bedraagt.
2. De afwijking, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, wordt berekend door de som van de te realiseren minimum aantal hectares van elk leefgebied zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening te vergelijken met de som van het gerealiseerde aantal subsidiabele hectares van elk leefgebied, waarbij voor deze berekening het gerealiseerde aantal subsidiabele hectares per leefgebied niet groter kan zijn dan het maximum aantal hectares dat is opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening voor het betreffende leefgebied.
3. Indien de verlaging die op grond van dit artikel opgelegd moet worden groter is dan de jaarvergoeding voor het betreffende leefgebied, dan:
a. verrekent het bevoegd gezag het nog openstaande bedrag overeenkomstig artikel 31 van verordening (EU) 2022/128 of, indien dit niet mogelijk is;
b. vordert het bevoegd gezag het nog openstaande bedrag terug overeenkomstig artikel 1.7.