BWBR0047609
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering randvoorwaardelijke functies jeugdhulp
1. De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de stand van zaken rond de randvoorwaardelijke functie, de activiteiten die ondernomen worden en over de besteding van de middelen uit de specifieke uitkering.
2. De subsidieontvanger meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht,
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan, of
c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.
2. De subsidieontvanger meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht,
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan, of
c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.