BWBR0047609
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 3
Regeling specifieke uitkering randvoorwaardelijke functies jeugdhulp
1. De minister kan een specifieke uitkering aan een coördinerende gemeente verstrekken voor activiteiten die nodig zijn in verband met de inkoop en organisatie van de volgende randvoorwaardelijke functies:
a. expertisenetwerken jeugdhulp, voor activiteiten die nodig zijn in verband met de instandhouding en doorontwikkeling van het expertisenetwerk jeugdhulp voor het bovenregionale gebied conform de uitgangspunten als bedoeld in de Kamerbrief ‘Stand van zaken expertisecentra jeugdhulp’ d.d. 17 juni 2020;
b. de academische onderzoeksfunctie van de academische centra kinder- en jeugdpsychiatrie, voor activiteiten die nodig zijn voor de financiering van wetenschappelijk academisch onderzoek als onderdeel van de academische functie van één van de academische centra kinder- en jeugdpsychiatrie;
c. plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp, voor de financiering en instandhouding van een plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen:
a. het zorgen voor passende oplossingen voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die nu vastlopen in de zorg en niet de juiste hulp krijgen;
b. het bijdragen aan een lerend stelsel en de ontwikkeling van kennis;
c. de organisatie en het beheer van een expertisenetwerk jeugdhulp.
3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen:
a. het faciliteren van de benodigde infrastructuur om wetenschappelijk onderzoek binnen een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie te genereren en toe te passen alsmede om kennis uit wetenschappelijk onderzoek te verspreiden, te delen en de implementatie van wetenschappelijk onderbouwde behandelingen te stimuleren;
4. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen:
a. het coördineren van het plaatsingsproces op het niveau van een zorggebied, of indien noodzakelijk tussen zorggebieden, van jongeren naar de gesloten jeugdhulp. Hierbij rekening houdend met beschikbaarheid en eventuele inhoudelijke zorg- en veiligheidseisen vanuit de machtiging gesloten jeugdhulp.
b. het monitoren van de capaciteitsbehoefte en beschikbare capaciteit in de gesloten jeugdhulp.
a. expertisenetwerken jeugdhulp, voor activiteiten die nodig zijn in verband met de instandhouding en doorontwikkeling van het expertisenetwerk jeugdhulp voor het bovenregionale gebied conform de uitgangspunten als bedoeld in de Kamerbrief ‘Stand van zaken expertisecentra jeugdhulp’ d.d. 17 juni 2020;
b. de academische onderzoeksfunctie van de academische centra kinder- en jeugdpsychiatrie, voor activiteiten die nodig zijn voor de financiering van wetenschappelijk academisch onderzoek als onderdeel van de academische functie van één van de academische centra kinder- en jeugdpsychiatrie;
c. plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp, voor de financiering en instandhouding van een plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen:
a. het zorgen voor passende oplossingen voor jongeren met complexe en meervoudige problematiek die nu vastlopen in de zorg en niet de juiste hulp krijgen;
b. het bijdragen aan een lerend stelsel en de ontwikkeling van kennis;
c. de organisatie en het beheer van een expertisenetwerk jeugdhulp.
3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen:
a. het faciliteren van de benodigde infrastructuur om wetenschappelijk onderzoek binnen een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie te genereren en toe te passen alsmede om kennis uit wetenschappelijk onderzoek te verspreiden, te delen en de implementatie van wetenschappelijk onderbouwde behandelingen te stimuleren;
4. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c, omvatten of zijn ondersteunend aan de volgende doelstellingen:
a. het coördineren van het plaatsingsproces op het niveau van een zorggebied, of indien noodzakelijk tussen zorggebieden, van jongeren naar de gesloten jeugdhulp. Hierbij rekening houdend met beschikbaarheid en eventuele inhoudelijke zorg- en veiligheidseisen vanuit de machtiging gesloten jeugdhulp.
b. het monitoren van de capaciteitsbehoefte en beschikbare capaciteit in de gesloten jeugdhulp.