BWBR0047596
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 13
Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars
1. De advisering, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a,:
a. is mede gebaseerd op het ter plaatse beschouwen van de parkeergelegenheid waarop het oplaadpunt of de oplaadpunten gerealiseerd zouden worden; en
b. resulteert in een schriftelijk advies.
2. Het schriftelijk advies omvat in ieder geval:
a. een prognose van de laadbehoefte van de vereniging voor ten minste tien jaar;
b. aanbevelingen voor de borging van de brandveiligheid in relatie tot het plaatsen van één of meer oplaadpunten, als de parkeergelegenheid geheel of gedeeltelijk is gelegen in een gebouw;
c. aanbevelingen voor de verdeling van de kosten van de oplaadpunten tussen de vereniging en de gebruikers van de oplaadpunten;
d. aanbevelingen voor de benodigde elektrische aansluiting en installatie van de oplaadpunten, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1°. de mogelijkheid tot optimale verdeling van de beschikbare stroom over de op te laden voertuigen en het laden op optimale momenten;
2°. de mogelijkheid om het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
3°. borging van de fysieke en digitale veiligheid van de oplaadpunten; en
1°. de mogelijkheid tot optimale verdeling van de beschikbare stroom over de op te laden voertuigen en het laden op optimale momenten;
2°. de mogelijkheid om het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
3°. borging van de fysieke en digitale veiligheid van de oplaadpunten; en
e. een duiding van de relevante wet- en regelgeving en de wijze waarop deze van invloed is op de aanbevelingen, bedoeld onder b en d.
3. Het installeren van de basislaadinfrastructuur omvat de volgende activiteiten:
a. het installeren van onderverdeelkasten;
b. het installeren van leidingen, leidingdoorvoeren en bekabeling;
c. het installeren van een voorziening die het mogelijk maakt om: 1°. beschikbare stroom optimaal te verdelen over de op te laden voertuigen en te laden op optimale momenten; en
2°. het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
1°. beschikbare stroom optimaal te verdelen over de op te laden voertuigen en te laden op optimale momenten; en
2°. het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
d. het installeren van een voorziening waarmee de oplaadpunten gelijktijdig kunnen worden uitgeschakeld en dit kenbaar te maken bij de toegang; en
e. het installeren van een datanetwerk.
a. is mede gebaseerd op het ter plaatse beschouwen van de parkeergelegenheid waarop het oplaadpunt of de oplaadpunten gerealiseerd zouden worden; en
b. resulteert in een schriftelijk advies.
2. Het schriftelijk advies omvat in ieder geval:
a. een prognose van de laadbehoefte van de vereniging voor ten minste tien jaar;
b. aanbevelingen voor de borging van de brandveiligheid in relatie tot het plaatsen van één of meer oplaadpunten, als de parkeergelegenheid geheel of gedeeltelijk is gelegen in een gebouw;
c. aanbevelingen voor de verdeling van de kosten van de oplaadpunten tussen de vereniging en de gebruikers van de oplaadpunten;
d. aanbevelingen voor de benodigde elektrische aansluiting en installatie van de oplaadpunten, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1°. de mogelijkheid tot optimale verdeling van de beschikbare stroom over de op te laden voertuigen en het laden op optimale momenten;
2°. de mogelijkheid om het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
3°. borging van de fysieke en digitale veiligheid van de oplaadpunten; en
1°. de mogelijkheid tot optimale verdeling van de beschikbare stroom over de op te laden voertuigen en het laden op optimale momenten;
2°. de mogelijkheid om het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
3°. borging van de fysieke en digitale veiligheid van de oplaadpunten; en
e. een duiding van de relevante wet- en regelgeving en de wijze waarop deze van invloed is op de aanbevelingen, bedoeld onder b en d.
3. Het installeren van de basislaadinfrastructuur omvat de volgende activiteiten:
a. het installeren van onderverdeelkasten;
b. het installeren van leidingen, leidingdoorvoeren en bekabeling;
c. het installeren van een voorziening die het mogelijk maakt om: 1°. beschikbare stroom optimaal te verdelen over de op te laden voertuigen en te laden op optimale momenten; en
2°. het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
1°. beschikbare stroom optimaal te verdelen over de op te laden voertuigen en te laden op optimale momenten; en
2°. het laden tijdelijk te vertragen of te stoppen ter voorkoming van overbelasting van het stroomnetwerk in het gebouw;
d. het installeren van een voorziening waarmee de oplaadpunten gelijktijdig kunnen worden uitgeschakeld en dit kenbaar te maken bij de toegang; en
e. het installeren van een datanetwerk.