BWBR0047596
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 10
Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars
1. De Minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor het na de datum van indiening van de subsidieaanvraag door een bouwbedrijf of bouwinstallatiebedrijf laten uitvoeren van:
a. één of meer energiebesparende isolatiemaatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van het gebouw of over gemiddeld minimaal de oppervlakten, bedoeld in artikel 7, tweede lid;
b. een zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, als bedoeld in artikel 9, tweede lid;
c. één of meer duurzame warmteopties als bedoeld in artikel 7, derde lid;
d. een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid; en
e. één of meer aanvullende energiebesparende maatregelen als bedoeld in artikel 8.
2. De Minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor door een bouwbegeleider te bieden bouwbegeleiding na de datum van indiening van de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 1, eerste lid.
3. Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel e, wordt uitsluitend verstrekt in combinatie met subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, b, c of d.
4. Subsidie op grond van het eerste en tweede lid wordt per pakket of maatregel slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen verstrekt, met uitzondering van glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie, inhoudende dat een aanvrager binnen een termijn van vierentwintig maanden, gerekend vanaf het moment dat hiervoor een beschikking is verleend, eenmalig nogmaals voor deze maatregel een aanvraag voor een subsidie mag indienen.
5. Op grond van het eerste en tweede lid, kan ook subsidie worden verstrekt, indien de bedoelde activiteiten ook uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd.
6. Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel d, wordt uitsluitend verstrekt aan verenigingen met alleen eigenaar-bewoners.
7. In afwijking van het vijfde lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van huurwoningen in het gebouw indien de aanvraag is gedaan op grond van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°, als blijkt dat een begunstigde van staatssteun meer steun ontvangt dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening of algemene groepsvrijstellingsverordening.
8. In afwijking van het vijfde lid wordt geen subsidie verstrekt indien de begunstigde van de subsidie reeds subsidie heeft ontvangen voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid, op grond van:
a. de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014;
b. de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector;
c. de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing;
d. de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen;
e. de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen;
f. de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming;
g. Subsidieregeling procesondersteuning voor opschaling renovatieprojecten;
h. Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld; of
i. Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen.
9. Voor zover de subsidie die verstrekt wordt aan een vereniging toekomt aan eigenaren van huurwoningen en bij de aanvraag gebruik wordt gemaakt van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, dienen de voor subsidie in aanmerking komende kosten voor energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen en zeer energiezuinig pakket rechtstreeks verband te houden met het behalen van een hoger niveau van energie-efficiëntie en de kosten dienen voor de investering in energie-efficiëntie binnen de totale investeringskosten als een afzonderlijke investering te kunnen worden vastgesteld als bedoeld in artikel 38bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
10. De aanvrager toont de gelijkwaardigheid van een of meerdere andere maatregelen dan bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, aan door middel van een verklaring van een certificaathouder als bedoeld in BRL 9500-MWA-W, die een gelijkwaardigheidsberekening en een oordeel van de certificaathouder over de gelijkwaardigheid bevat.
a. één of meer energiebesparende isolatiemaatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van het gebouw of over gemiddeld minimaal de oppervlakten, bedoeld in artikel 7, tweede lid;
b. een zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, als bedoeld in artikel 9, tweede lid;
c. één of meer duurzame warmteopties als bedoeld in artikel 7, derde lid;
d. een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid; en
e. één of meer aanvullende energiebesparende maatregelen als bedoeld in artikel 8.
2. De Minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor door een bouwbegeleider te bieden bouwbegeleiding na de datum van indiening van de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 1, eerste lid.
3. Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel e, wordt uitsluitend verstrekt in combinatie met subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, b, c of d.
4. Subsidie op grond van het eerste en tweede lid wordt per pakket of maatregel slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen verstrekt, met uitzondering van glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie, inhoudende dat een aanvrager binnen een termijn van vierentwintig maanden, gerekend vanaf het moment dat hiervoor een beschikking is verleend, eenmalig nogmaals voor deze maatregel een aanvraag voor een subsidie mag indienen.
5. Op grond van het eerste en tweede lid, kan ook subsidie worden verstrekt, indien de bedoelde activiteiten ook uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd.
6. Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel d, wordt uitsluitend verstrekt aan verenigingen met alleen eigenaar-bewoners.
7. In afwijking van het vijfde lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van huurwoningen in het gebouw indien de aanvraag is gedaan op grond van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°, als blijkt dat een begunstigde van staatssteun meer steun ontvangt dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening of algemene groepsvrijstellingsverordening.
8. In afwijking van het vijfde lid wordt geen subsidie verstrekt indien de begunstigde van de subsidie reeds subsidie heeft ontvangen voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid, op grond van:
a. de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014;
b. de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector;
c. de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing;
d. de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen;
e. de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen;
f. de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming;
g. Subsidieregeling procesondersteuning voor opschaling renovatieprojecten;
h. Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld; of
i. Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen.
9. Voor zover de subsidie die verstrekt wordt aan een vereniging toekomt aan eigenaren van huurwoningen en bij de aanvraag gebruik wordt gemaakt van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, dienen de voor subsidie in aanmerking komende kosten voor energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen en zeer energiezuinig pakket rechtstreeks verband te houden met het behalen van een hoger niveau van energie-efficiëntie en de kosten dienen voor de investering in energie-efficiëntie binnen de totale investeringskosten als een afzonderlijke investering te kunnen worden vastgesteld als bedoeld in artikel 38bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
10. De aanvrager toont de gelijkwaardigheid van een of meerdere andere maatregelen dan bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, aan door middel van een verklaring van een certificaathouder als bedoeld in BRL 9500-MWA-W, die een gelijkwaardigheidsberekening en een oordeel van de certificaathouder over de gelijkwaardigheid bevat.