BWBR0047336
Geldig vanaf 2022-10-21
Artikel 38
Regeling bekostiging WPO en WEC 2023
1. Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdzorg, ontvangt aanvullende bekostiging.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor zowel justitiële jeugdinrichtingen als instellingen voor gesloten jeugdzorg € 45.070,75 per vestiging en € 22.563,54 per onbezette capaciteitsplaats. Voor justitiële jeugdinrichtingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplek € 12.422,74 en voor instellingen voor gesloten jeugdzorg bedraagt het bedrag per capaciteitsplaats € 5.189,47.
3. Het aantal capaciteitsplaatsen per vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, op 1 januari 2023. Het aantal onbezette capaciteitsplaatsen is het verschil tussen het aantal capaciteitsplaatsen van de school en de som van het aantal leerlingen per justitiële jeugdinrichting vestiging dan wel gesloten justitiële inrichting vestiging op 1 februari 2022.
4. De bekostiging van een nieuwe vestiging vangt aan op 1 augustus van enig jaar. De bekostiging voor het kalenderjaar waarin de bekostiging aanvangt wordt berekend overeenkomstig het tweede lid vermenigvuldigd met 41,67%.
5. De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt voorafgaand aan het bekostigingsjaar voorlopig vastgesteld op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 januari 2022 en indien het een nieuwe vestiging betreft op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 augustus 2022.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor zowel justitiële jeugdinrichtingen als instellingen voor gesloten jeugdzorg € 45.070,75 per vestiging en € 22.563,54 per onbezette capaciteitsplaats. Voor justitiële jeugdinrichtingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplek € 12.422,74 en voor instellingen voor gesloten jeugdzorg bedraagt het bedrag per capaciteitsplaats € 5.189,47.
3. Het aantal capaciteitsplaatsen per vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, op 1 januari 2023. Het aantal onbezette capaciteitsplaatsen is het verschil tussen het aantal capaciteitsplaatsen van de school en de som van het aantal leerlingen per justitiële jeugdinrichting vestiging dan wel gesloten justitiële inrichting vestiging op 1 februari 2022.
4. De bekostiging van een nieuwe vestiging vangt aan op 1 augustus van enig jaar. De bekostiging voor het kalenderjaar waarin de bekostiging aanvangt wordt berekend overeenkomstig het tweede lid vermenigvuldigd met 41,67%.
5. De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt voorafgaand aan het bekostigingsjaar voorlopig vastgesteld op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 januari 2022 en indien het een nieuwe vestiging betreft op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 augustus 2022.