BWBR0047336
Geldig vanaf 2022-10-21
Artikel 36
Regeling bekostiging WPO en WEC 2023
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;
b. vreemdeling: – leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en
– onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
– leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en
– onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
a. leerling – die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
– die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
3. Voor de toepassing van de peildata 1 januari en 1 april, zoals bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a en b, in dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: de vreemdeling, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, die langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland.
4. Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die korter dan vier jaar in Nederland verblijven, indien het de peildata 1 januari en 1 april betreft, of ten minste vier vreemdelingen die korter dan een jaar in Nederland verblijven, indien het de peildata 1 juli en 1 oktober betreft, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
5. De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. 1 januari voor de periode januari tot en met maart;
b. 1 april voor de periode april tot en met juni;
c. 1 juli voor de periode juli tot en met september;
d. 1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
6. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag is ontvangen na deze termijn.
7. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 14.894,72.
8. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. het aantal ingeschreven vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; en
d. in geval van toepassing van het zevende lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
9. De bekostiging, bedoeld in het vierde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 3.861,93 vermenigvuldigd met 25,00%.
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;
b. vreemdeling: – leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en
– onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
– leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en
– onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
a. leerling – die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
– die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland; of
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
3. Voor de toepassing van de peildata 1 januari en 1 april, zoals bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a en b, in dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: de vreemdeling, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, die langer dan één jaar maar korter dan vier jaar woonachtig is in Nederland.
4. Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die korter dan vier jaar in Nederland verblijven, indien het de peildata 1 januari en 1 april betreft, of ten minste vier vreemdelingen die korter dan een jaar in Nederland verblijven, indien het de peildata 1 juli en 1 oktober betreft, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
5. De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. 1 januari voor de periode januari tot en met maart;
b. 1 april voor de periode april tot en met juni;
c. 1 juli voor de periode juli tot en met september;
d. 1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
6. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag is ontvangen na deze termijn.
7. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 14.894,72.
8. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. het aantal ingeschreven vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; en
d. in geval van toepassing van het zevende lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
9. De bekostiging, bedoeld in het vierde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 3.861,93 vermenigvuldigd met 25,00%.