BWBR0046970
Geldig vanaf 2022-07-27
Artikel 11
Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022
1. De Regeling periodiek evaluatieonderzoekwordt ingetrokken met dien verstande dat reeds gestarte en geplande beleidsdoorlichtingen tot en met het uitvoeringsjaar 2023 (zoals opgenomen in de meerjarenplanning van beleidsdoorlichtingen in de begrotingen 2021 en 2022), in de evaluatieplanning van de SEA worden opgenomen en uitgevoerd.
2. De reeds gestarte en geplande beleidsdoorlichtingen tot en met 2023 kunnen worden uitgevoerd volgens de eisen van artikel 3 van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2018of op basis van artikel 4van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022.
3. De eisen aan de SEA bedoeld in artikel 2van deze regeling, zijn met ingang van het begrotingsjaar 2024 van kracht. De ministers hebben een inspanningsverplichting om bij de begrotingen over 2022 en 2023 al zo veel als mogelijk te voldoen aan de eisen van artikel 2 van de regeling.
2. De reeds gestarte en geplande beleidsdoorlichtingen tot en met 2023 kunnen worden uitgevoerd volgens de eisen van artikel 3 van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2018of op basis van artikel 4van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022.
3. De eisen aan de SEA bedoeld in artikel 2van deze regeling, zijn met ingang van het begrotingsjaar 2024 van kracht. De ministers hebben een inspanningsverplichting om bij de begrotingen over 2022 en 2023 al zo veel als mogelijk te voldoen aan de eisen van artikel 2 van de regeling.