BWBR0046851
Geldig vanaf 07-07-2022
Artikel 23
Regeling 1- en 2-jarig activiteitenprogramma 2023–2024
1. Een instelling dient in geval van een 1-jarig activiteitenprogramma uiterlijk vier maanden na afloop van de subsidieperiode een inhoudelijk en financiële verantwoording over het activiteitenprogramma in. In het geval van een 2-jarig activiteitenprogramma moet uiterlijk vier maanden na het tweede kalenderjaar van de subsidieperiode een inhoudelijk en financiële verantwoording over de gehele periode worden ingediend.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een bestuursverslag en een jaarrekening. Als de subsidie van het Stimuleringsfonds € 125.000 of meer per kalenderjaar bedraagt dient ook een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant te worden ingediend. Het bestuursverslag geeft in het geval van een tweejarig programma een toelichting op het laatste jaar van de subsidie.
3. Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur de subsidie binnen 10 weken overeenkomstig de verlening vast.
4. Als blijkt dat activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd, dan kan de subsidie lager worden vastgesteld.
5. Het bestuur kan de ontvanger nadere aanwijzingen geven over de controle op de naleving van de voorwaarden die zijn verbonden aan de verlening van de subsidie.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een bestuursverslag en een jaarrekening. Als de subsidie van het Stimuleringsfonds € 125.000 of meer per kalenderjaar bedraagt dient ook een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant te worden ingediend. Het bestuursverslag geeft in het geval van een tweejarig programma een toelichting op het laatste jaar van de subsidie.
3. Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur de subsidie binnen 10 weken overeenkomstig de verlening vast.
4. Als blijkt dat activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd, dan kan de subsidie lager worden vastgesteld.
5. Het bestuur kan de ontvanger nadere aanwijzingen geven over de controle op de naleving van de voorwaarden die zijn verbonden aan de verlening van de subsidie.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046851
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl