BWBR0046851
Geldig vanaf 07-07-2022
Artikel 2
Regeling 1- en 2-jarig activiteitenprogramma 2023–2024
De in deze regeling gehanteerde begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, met dien verstande dat wordt verstaan onder:
1. Bestuur: de directeur-bestuurder van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
2. Creatieve industrie: het werkterrein van de disciplines vormgeving, architectuur en digitale cultuur inclusief mogelijke cross-overs tussen deze disciplines;
3. Koninkrijk: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
4. Culturele instelling of organisatie: een non-profit-, privaatrechtelijke rechtspersoon met een ondersteunende, producerende of initiërende functie binnen de creatieve industrie zoals een lab of werkplaats, een platform of een presentatieplek;
5. Activiteitenprogramma: een reeks van met elkaar samenhangende activiteiten die verspreid van elkaar, binnen de looptijd van één, dan wel twee kalenderjaren worden uitgevoerd. De onderdelen kunnen verschillen in opzet en uitvoering, maar dragen gezamenlijk bij aan de missie, visie en verdere ontwikkeling van de instelling of organisatie.
6. Kerntaak: het doel en activiteiten die de hoofdzaak vormen van het programma dat de instelling uitvoert. De kerntaak en -activiteit vloeit zowel in vorm als inhoud voort uit de visie en missie van de instelling.
7. Eigen inkomsten: onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan: a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten: 4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten: 4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
1. Bestuur: de directeur-bestuurder van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
2. Creatieve industrie: het werkterrein van de disciplines vormgeving, architectuur en digitale cultuur inclusief mogelijke cross-overs tussen deze disciplines;
3. Koninkrijk: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
4. Culturele instelling of organisatie: een non-profit-, privaatrechtelijke rechtspersoon met een ondersteunende, producerende of initiërende functie binnen de creatieve industrie zoals een lab of werkplaats, een platform of een presentatieplek;
5. Activiteitenprogramma: een reeks van met elkaar samenhangende activiteiten die verspreid van elkaar, binnen de looptijd van één, dan wel twee kalenderjaren worden uitgevoerd. De onderdelen kunnen verschillen in opzet en uitvoering, maar dragen gezamenlijk bij aan de missie, visie en verdere ontwikkeling van de instelling of organisatie.
6. Kerntaak: het doel en activiteiten die de hoofdzaak vormen van het programma dat de instelling uitvoert. De kerntaak en -activiteit vloeit zowel in vorm als inhoud voort uit de visie en missie van de instelling.
7. Eigen inkomsten: onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan: a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten: 4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten: 4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
4. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
5. overige bijdragen uit publieke middelen;
6. rentebaten;
7. bijdragen in natura;
8. kapitalisatie van vrijwilligers;
9. waardering vrijkaarten; en
10. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046851
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl